Brugge Ter Potterie | Wzc in binnenstad Brugge vergt doordachte aanpak

De bouw van een woonzorgcentrum op zich is al erg onderhevig aan strenge normeringen. Neem daarbij de binnenstad van het Unesco Werelderfgoed Brugge als locatie en is duidelijk dat bouwheer, architecten en aannemers een uitdagende werf voor de kiezen krijgen. Voor de oprichting van wzc Ter Potterie was er daarom nood aan een creatieve aanpak, wou bouwheer OCMW Brugge de vooropgestelde intenties effectief realiseren.

De bestaande gebouwen waren totaal onaangepast aan de huidige normen. Niet alleen was de inrichting op en versleten, bewoners vertoefden er in veel te kleine kamers en functionele ruimtes raakten in de loop van de jaren verzeild in de uithoeken van de infrastructuur. “Een herindeling voldeed niet om tegemoet te komen aan de strenge huidige normen voor zorginstellingen,” legt waarnemend adviseur technische dienst Ann Vandycke uit. De gekozen aanpak resulteert nu in een inrichting met onder meer 121 kamers, een groene zone en een ondergrondse parking die goed is voor een tachtigtal parkeerplaatsen.

Integratie in historische stadsomgeving
Alle bouwwerken afbreken, initieel de intentie, bleek uiteindelijk niet mogelijk na overleg met de stad Brugge en Monumentenzorg.    ›
Op de site bevinden zich namelijk enkele gebouwen onder de noemer ‘St-Idesbald,’ een geheel dat in de jaren vijftig was opgetrokken naar oud model. “Er werd beslist niet te raken aan de buitenaanzichten, maar ze een nieuwe invulling te geven en ze vervolgens te laten aansluiten op de nieuwe volumes. Volumes die niet al te groot mochten ogen in het stadsweefsel. Aan de straatkant bouwden we daarom op schaal van de stad waardoor de inrichting de ritmiek van de straat volgt.”

Ecologische benadering
Strikte stadsvoorschriften vormden evengoed uitdagingen die het bouwteam naar nieuwe technieken leidden. “Bij mijn weten is het de eerste keer dat zonnepanelen (verwerkt in de dakpannen) in de nabijheid van een historische site in de binnenstad worden geïnstalleerd. Voorts kozen we voor boorgat-energie-opslag (beo) om door gebruik van de bodemtemperatuur efficiënt te verwarmen en te koelen. Het is altijd onze bedoeling een huiselijke sfeer te creëren en herkenbaarheid te maximaliseren. Hier deden we dit door bijvoorbeeld door het gebruik van felle kleuren voor herkenningspunten, maar ook door bewonersruimtes visueel te scheiden van gemeenschappelijke ruimtes. Ook aan de buitenkant, aangezien de gevels steeds de structuur van de binnenkant zouden moeten weerspiegelen,” stelt Vandycke.

 

Tekst | Nick Vanderheyden 

 

Technische Fiche
Bouwheer    OCMW Brugge, Brugge
Ontwerp    Michel Van Langenhove, Brugge, en Boeckx en partners, Oostende
Hoofdaannemer    Chris Vuylsteke, Meulebeke

 

i-project-infov3 Participanten aan het woord

CVR – bouwputbeschoeiing
CVR (Beringen) bracht de bouwputbeschoeiing aan. Met gebruik van de CVR Triple C-mix (soilmixing) bracht het een dragende palenwand met een omtrek van 450 m aan. De grondkering bedroeg zowat 2,50 m, het draagvermogen van de palenwand 350 kN/m. “We autostabiliseerden de palenwand met grondankers,” zegt technisch Directeur Marc Meersman.

“De CVR Triple C-mix garandeert een snelle uitvoering, met een goede prijs-kwaliteitverhouding in vergelijking met een klassieke palenwand in beton. We hebben de bovenkant van de palenwand op verschillende niveaus uitgevoerd, zodat de hoofdaannemer zijn funderingsbalken onmiddellijk op het juiste niveau kon aanbrengen.”
CVR is opgericht in 1989. Intussen groeide het uit tot een KMO met 68 medewerkers. In 2002 gebruikte CVR als eerste in Europa soilmixing voor bouwputbeschoeiingen. Sindsdien heeft het de toepassing hiervan uitgebreid voor diverse doeleinden, zoals grondverbetering en funderingspalen. Daarnaast biedt CVR een totaaloplossing voor quasi elk funderingsvraagstuk, omdat het meer dan twintig verschillende technieken kan aanbieden.

 


 

 

Schrijnwerkerij Borra – dakconstructie
Schrijnwerkerij Borra (Houthulst) leverden en plaatste de dakconstructie van Ter Potterie. “Die bestaat overwegend uit dakelementen, die vooraf voorzien werden van de nodige isolatie,” zegt gedelegeerd bestuurder Geert Borra. “Op Ter Potterie waren gedurende zowat vijf maanden een viertal van onze plaatsers aan het werk. Toch is dit niet echt onze specialiteit. Wij richten ons vooral op het maken en plaatsen van ramen, deuren en trappen en willen ons daarin in de toekomst verder profileren.” Borra verzorgde het binnenschrijnwerk in onder meer in WZC Sint-Elisabeth in Oostende, waarover meer elders in dit blad.

In het atelier in Houthulst staan 21 arbeiders in voor de productie. “Daarnaast kunnen we evenveel mensen inzetten voor plaatsingsopdrachten,” aldus Borra. “Voor de administratie en de commerciële aspecten staan zes bedienden in.” Schrijnwerkerij Borra dankt zijn stevige positionering vooral aan de breedte van zijn aanbod en de combinatie ervan met productie in eigen huis. Het familiebedrijf investeert regelmatig in nieuwere machines. Houten trappen kan het in alle stijlen en vormen leveren. In Oost- en West-Vlaanderen is Borra in deze branche stevig marktleider in de sociale woningbouw. Ook in binnendeuren is het aanbod breed. “En in houten ramen zijn we de laatste jaren sterk gegroeid en kunnen we al heel wat mooie referenties voorleggen.”