Elisabeth Center zet Antwerpen sterker op de culturele kaart

In Antwerpen heeft de nieuwe Koningin Elisabethzaal op plechtige wijze de deuren geopend. De zaal vormt het hart van het Elisabeth Center Antwerp, het nieuwe hightech congres- en concertcentrum naast de dierentuin. Qua akoestiek is het wereldtop.

In de eerste concertzaal van de dierentuin, die nu ZOO Antwerpen heet, hield de gegoede burgerij sinds 1897 dansavonden en genoot ze van symfonieorkesten. Het complex raakte echter zwaar beschadigd in de Tweede Wereldoorlog en brandde uit in 1947. Een tweede concertzaal verrees in 1959, met elementen van Expo 58, de wereldtentoonstelling van Brussel in 1958. In 2011 besloot ZOO Antwerpen de bestaande zaal niet te renoveren, maar een volledig nieuwe Koningin Elisabethzaal te bouwen. Ian Simpson Architects uit Manchester won de hiervoor uitgeschreven ontwerpwedstrijd.

Geschiedenis geïntegreerd
Van het oorspronkelijke complex bleef de kenmerkende gevel langs de straat wel bewaard. Ook historisch waardevolle bouwdelen van de dierentuin, zoals de Marmeren Zaal, Wintertuin, Darwin- en Verlatzaal, zijn in het ontwerp geïntegreerd. Ze kregen zelfs een grotere zichtbaarheid.

Voor de werken sloegen de aannemers Willemen, Heijmans en Verstraete & Vanhecke de handen in elkaar. Willemen en Heijmans trokken de nieuwbouw op, Verstraete & Vanhecke nam de restauratie van de historische delen op zich. De nieuwbouw rust op circa vijfhonderd funderingspalen. “We hebben er ook 1.300 ton wapeningsstaal en 800 ton profielstaal in verwerkt”, zegt Jan Blyweert, projectdirecteur bij Willemen. “De welfsels zijn goed voor een oppervlakte van 17.600 m² en het zwaarste dakspant weegt 35 ton.” Voor de dakhuid van de zaal en de gevelbekleding opteerde de ZOO voor metalen shingles die verwijzen naar de mozaïekachtige architectuur van historische gebouwen. Voor de nieuwe kantoorruimten en repetitielokalen van residentieorkest deFilharmonie viel de keuze op keramische tegels in verschillende kleuren. Die tegels sluiten nauw aan bij de architecturale context. Architect Ian Simpson: “De gebruikte materialen verhogen het ruimtelijke effect en reflecteren het licht.”

Elisabeth Center Antwerpen

Akoestiek
Simpson werkte voor het Elisabeth Center samen met Kirkegaard Associates uit Chicago en Bureau Bouwtechniek. Kirkegaard is een wereldautoriteit op het vlak van akoestiek. Larry Kirkegaard kwam naar Antwerpen om onder meer de nagalmtijd van de zaal te meten. “De akoestiek van de Koningin Elisabethzaal overtreft onze stoutste verwachtingen. In de oude zaal scoorden we 6/10 en nu 10 op 10.”

De uitstekende akoestiek is te danken aan het ideale volume en de afwerking van de zaal. Ze is smaller, dieper en hoger dan haar voorgangster. De verhoudingen evolueerden van het vroegere hoefijzer- naar het huidige schoendoosmodel. De afwezigheid van een vast proscenium (voortoneel) vermijdt klankverlies. Massieve zaalwanden in beton isoleren het geluid. Bovendien zijn zowel de ruimte als alle technische installaties mooi afgeschermd volgens het box-in-boxprincipe – een extra bouwschil binnen een bestaand gebouw. Afwerkingslagen zoals houten wanden, parketvloeren, een metalen plafond bekleed met akoestische matten en de stoffen stoelbekleding zorgen voor de juiste reflectie en absorptie van het geluid. Aan het plafond zijn beweegbare reflectoren bevestigd die het geluid projecteren. Deze kunnen verplaatst worden in functie van de voorstelling.

Capaciteit
De publiekscapaciteit varieert, afhankelijk van de opstelling (theater, concert, congres), van 1.761 tot 2.020 plaatsen. In het hele congrescentrum – de Koningin Elisabethzaal, diverse ‘break out rooms’, het Atrium, de ‘ZOOgallery’ en de historische zalen van de ZOO – kan het Elisabeth Center meer dan 2.700 personen ontvangen op een oppervlakte van 25.000 m².

Multifunctioneel
De nieuwe Koningin Elisabethzaal is multifunctioneel. Klassieke muziek en opera resoneren er machtig, maar ook pop, rock, musicals, wereldmuziek, dans, theater en lezingen komen er uitstekend tot hun recht. De turnovertijd van de zaal – de tijd die nodig is voor de opbouw en afbraak van een productie – is minimaal. In de ruimte boven het plafond kunnen belichting en decors voorbereid worden. Voor voorstellingen waarbij een doek of decor noodzakelijk is, kan het nodige materiaal verschijnen via het plafond. Door de combinatie van moderne geluidsversterking en verplaatsbare geluidsreflectoren, podiumelementen, stoelen en koorwagen kunnen er ’s middags aria’s weerklinken en dezelfde avond al rocknummers.

Elisabeth Center Antwerpen

De catering wordt verzorgd onder het Atrium, de inkomzaal vanaf het Koningin Astridplein die zich onder de Koningin Elisabethzaal bevindt. In de professionele keuken kunnen de chefs tot tweeduizend personen gelijktijdig van diners voorzien. Aanpalend aan de verschillende zalen zorgen drie afwerkingskeukens voor de finishing touch. Op de begane grond langs de Carnotstraat bevindt zich de los- en laadzone voor leveranciers en concertorganisatoren. Vrachtwagens kunnen tot in het hart van het complex rijden, dicht bij het podium. Bijkomend is er een ondergrondse inrit met een veertigtal parkeerplaatsen voorzien. Zo is er een duidelijke scheiding tussen publiek en organisatie.

“Dat ZOO Antwerpen enkele extra panden had aangekocht langs de Carnotstraat bleek een enorm voordeel”, zegt Blyweert. “Daar konden we niet alleen materiaal opslaan, maar ook een vlotte logistieke route uittekenen om de afwerkingsmaterialen naar het midden van het complex te brengen. In de ruwbouwfase konden we die nog met drie torenkranen over de gevels langs het Astridplein tillen.”

Kostenplaatje
Het prijskaartje bedraagt 87 miljoen euro. De Vlaamse regering investeerde 57,2 miljoen, de stad Antwerpen 3,5 miljoen en de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde van Antwerpen, het moederhuis van ZOO Antwerpen, bracht 26 miljoen euro in, plus haar volledige bestaande infrastructuur en de extra aangekochte panden aan de Carnotstraat.

Tekst | Koen Mortelmans Beeld | Koningin Elisabethzaal / ZOO Antwerpen; John Gundlach / Willemen Groep (luchtfoto’s) /Jonas Verhulst

Technische Fiche
Bouwheer
Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde van Antwerpen, stad Antwerpen en Vlaamse overheid
Architect Ian Simpson Architects (VK)
Hoofdaannemer THV Heijmans (Bilzen) – Willemen (Mechelen) – Verstraete & Vanhecke (Antwerpen)

i-project-infov3 Participanten aan het woord

ABT België – Multidisciplinair studiebureau
ABT België (Antwerpen) verleent als studiebureau een volledig pakket bouwtechnische adviesdiensten, met specialisten in onder meer stabiliteit, technieken, akoestiek, uitvoerende architectuur en Building Information Modeling. “Al verschillende jaren zien we een evolutie waarbij het aantal projecten met vraag naar monodisciplinair advies afneemt”, legt projectleider Geert Wante uit. “Waar opdrachtgevers vroeger vaak zelf instonden voor de coördinatie tussen alle betrokken disciplines, willen ze daarvan nu vooral ontlast worden, om hun focus volledig te kunnen leggen op wat ze het liefste doen. Dat kan de spectaculaire visie van een projectontwikkelaar zijn, de nieuwste droom van een architect of een uitdagend project van een aannemer. Met onze integrale multidisciplinaire projectaanpak willen wij hen die mogelijkheid bieden.” “Wat betreft technische uitdaging en uitstraling was het Elisabeth Center een uitzonderlijk project voor ons. Een zaal van deze omvang, met de allerhoogste akoestische eisen, gekoppeld aan een internationaal congrescentrum middenin een dichte stedelijke context van historische gebouwen, is uniek in België. Een bijzondere uitdaging was het feit dat de concertzaal niet op de grond is gebouwd, maar dat ze is ontworpen als een zwevende doos op zeven meter hoogte. Dit om een maximale interactie tussen het publieke inkomgedeelte en de bestaande historische gebouwen van ZOO Antwerpen mogelijk te maken. Hiervoor hebben we een hybride constructie van beton en staal ontworpen. Deze maakt maximaal gebruik van de betonmassa (nodig voor de akoestische performantie) en de capaciteiten van staal om grote overspanningen te maken (noodzakelijk voor een zaal van deze omvang).”


Verbiest E.T.I. – Indrukwekkende elektrische installatie
Verbiest E.T.I. (Genk) stond in voor de plaatsing van de elektrische installatie in het Elisabeth Center. Die omvatte onder meer de verlichting, de bekabeling voor de theatertechnieken, de databekabeling, de lichtsturing via KNX, de bordenbouw, het aanbrengen van brand- en inbraakdetectie en een evacuatiesysteem met spraakalarm. “We namen ook de toegangscontrole, de noodstroomproductie en het centraal batterijsysteem voor veiligheidsverlichting voor onze rekening”, zegt zaakvoerder Leo Verbiest. Voor zijn onderneming was het de grootste opdracht ooit. “Gemiddeld waren er sinds mei 2015 twintig van onze medewerkers aan de slag. Het ging dan ook om 5 kilometer kabelgoten, 350 kilometer kabels van diverse types, 4.096 volledig DALI-gestuurde verlichtingstoestellen en 800 meter ledstrips. Een nauwe samenwerking met leveranciers en groothandelaars zoals Cebeo en Siemens was dan ook cruciaal. “Maar vooral de combinatie en integratie van alle technieken en het plaatsen van kabelbanen zonder de akoestische prestaties van de concertzaal te beïnvloeden waren complexe taken.”

Verbiest E.T.I. is een familiebedrijf, gegroeid vanuit een in 1983 opgerichte eenmanszaak. De toename van de activiteiten en de instap van Leo’s beide zonen in de zaak leidde in 2008 tot de verhuis naar de huidige, industriële locatie. Die is in 2013 uitgebreid met een extra hal.

Elisabeth Center Antwerpen


Schindler – Liften
Het Elisabeth Center telt tien personenliften van het type Schindler 5500. “Twee ervan hebben we in een panoramische schacht geïnstalleerd en uitgerust met glazen deuren”, zegt Wim Stockx, marketing en product manager Benelux bij de Zwitserse liftenbouwer. Schindler installeerde hier ook verschillende goederenheffers en schaarheftafels – van een andere fabrikant – met een draagvermogen van respectievelijk 2,5, 5 en 6,5 ton én een hefplatform voor mindervaliden. “Geen enkele opdracht is identiek, maar het Elisabeth Center is wel erg speciaal en impliceerde heel wat nauwkeurig maatwerk. Het installeren van zo’n lift vergt al gauw vier weken plus een week voor detailafwerking en keuringen.”

Voor de installatie van zijn liften doet Schindler regelmatig een beroep op gekwalificeerde en begeleide onderaannemers, maar het studiewerk, de kwaliteitscontrole en de eindcontrole voert de liften- en roltrappenexpert zelf uit. De geschiedenis van de groep in België reikt tot 1927. Schindler bouwt, plaatst en onderhoudt personenliften, vrachtliften, speciale liften en roltrappen en -paden. Recent installeerde het onder meer een panoramische lift op Tour & Taxis in Brussel en bij Top Interieur in Massenhoven, evenals vrachtliften voor winkelketens Aldi, Delhaize, Media Markt, Carrefour, Ikea en Decathlon in heel het land. “We worden ook dikwijls om advies gevraagd, onder meer voor trafiekanalyses in functie van de bepaling van het optimale aantal liften.”


CDM – Doordachte akoestiek
De oude Elizabethzaal scoorde ondermaats op het vlak van akoestiek. Het nieuwe Elisabeth Center koesterde echter de ambitie om geluidstechnisch tot de beste concerthallen ter wereld te behoren. De Vlaamse kmo CDM (Overijse) droeg hier haar steentje aan bij.

CDM is een internationaal actief ingenieurshuis, dat akoestisch performante systemen op maat ontwikkelt. “Voor een nagenoeg perfecte zaal-akoestiek is het essentieel om storende geluiden nagenoeg volledig te elimineren”, zegt Michael Vanstraelen, manager voor België en Luxemburg. “Net boven de grote zaal bevindt zich een grote technische ruimte waar alle HVAC-toestellen staan, op een zwevende betonvloer. Die vloer beslaat de volledige oppervlakte van de technische ruimte en is gebaseerd op ons CDM-Mont-vloersysteem.”

In dit systeem worden opvijzelbare stalen dozen in de vloerplaat gebetonneerd. “Elke doos bevat een rubberen blok waarvan het type en de afmetingen zijn aangepast aan het gewicht dat het moet dragen. In het Elisabeth Center is dat gewicht de som van de zwevende vloer zelf en de HVAC-toestellen met hun betonsokkel. De afstelling gebeurt via rubberen steunen: om de circa 1,8 meter in beide richtingen om het aantal contactpunten zo veel mogelijk te beperken. De vloer is opgedeeld in acht zones die onafhankelijk van elkaar kunnen worden opgevijzeld. De rubberen steunen resoneren bij 8 tot 10 Hz en creëren zo een laagfrequente filter voor storende lucht- en contactgeluiden.”

Daarnaast zorgde CDM ook voor andere puntsgewijs afgeveerde vloersystemen, zoals aan de loskade en in de repetitieruimte. “CDM-Mont hebben we in het buitenland al veel verkocht, maar in België is het pas de eerste keer dat we het in zo’n grote ruimte toepassen.”


Jezet Seating – Concertstoelen
De stoelen in de concertzaal van het Elisabeth Center zijn speciaal voor deze zaal ontwikkeld, op basis van de insteek van architect Ian Simpson en akoestisch adviseur Kirkegaard. Voor de detailengineering en de realisatie werkten ze samen met een specialist ter zake, Jezet Seating uit Overpelt.

“De schetsen die we kregen gaven vooral de esthetische en akoestische eigenschappen aan”, verklaren CEO Guy Vanbockrijck en sales manager Erik Bruschi. “Het was onze taak om die eisen te combineren met die van produceerbaarheid en onderhoudsgemak. Voor er een finaal ontwerp op punt stond waarmee iedereen tevreden was, waren er veel prototypes gekeurd, gevoeld en getest. Het resultaat is een schitterende stoel, die zowel qua design als qua functionaliteit aan alle gestelde eisen voldoet.”

Elisabeth Center Antwerpen

Jezet maakte in totaal 2.022 concertstoelen voor de Elisabethzaal. “Deze stoel kenmerkt zich vooral door het gebruik van eikenhouten schelpen in zit en rug en een zeer mooie mohair, die bijdraagt aan het comfort. Een derde materiaal, brons, is minder prominent aanwezig. We gebruikten het voor de nummering van de stoelen.” De metalen onderdelen zijn gecoat in een bijpassende kleur. “De materialen en kleuren vormen een terugkerend thema in de zaal. Ze geven het geheel een warm, Vlaams karakter.” Naast deze vormelijke oefening heeft Jezet de stoel verschillende extra functionaliteiten meegegeven. “Om optimale zichtlijnen te bekomen, hebben we stoelen gemaakt met vier verschillende zithoeken en twee verschillende breedtes. Voor de mindervalidenplaatsen en de technische locaties is er creatief nagedacht, zodat de stoelen op een eenvoudige manier kunnen worden gedemonteerd zonder afbreuk te doen aan hun uitzicht. Al bij al komen we hier makkelijk aan ruim twintig varianten van deze stoel.”

Jezet Seating ontstond in 1973. Aanvankelijk maakte het vooral telescopische tribunes voor de sportmarkt. Sinds de jaren negentig is het productengamma sterk uitgebreid. Nu ontwikkelt en realiseert Jezet Seating maatwerkprojecten met vaste of mobiele tribunes en stoelen voor uiteenlopende sectoren zoals het onderwijs, theaters, culturele centra, sportzalen en nog veel meer. “Als een van de weinigen in zijn sector ontwerpt en produceert Jezet Seating zowel zijn tribunes als alle soorten stoelen 100% in eigen beheer. In België werkten we recent ook mee aan het nieuwe Havenhuis in Antwerpen, het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten en de renovatie van de Muntschouwburg in Brussel.”


Dox Acoustics – Geluidsisolerende/brandwerende deuren en akoestische gevelbekleding
Om de geluidsisolatie in de nieuwe Elisabethzaal te optimaliseren, moesten ook de binnendeuren aan strenge eisen voldoen. De hoofdaannemer deed hiervoor een beroep op Dox Acoustics uit Kapellen. “Wij bieden een uitgebreid gamma geluidsisolerende en -absorberende producten aan”, vertelt projectingenieur Frederik Schroyen. “In de meeste gevallen gaat het om maatwerk.”

Zo is de geluidisolerende poort van de decorlift voor het Elisabeth Center 4 meter hoog. De grootste uitdaging bestond erin om per deur de eisen inzake geluidsisolatie te verzoenen met brandwerendheid, esthetiek en gebruiksgemak. Hiervoor hebben alle betrokken partijen enorm veel overleg gepleegd. Dat was lang niet altijd vanzelfsprekend, vertelt Schroyen: “Zo heb je vanaf een geluidsisolatiewaarde (Rw) van +-45 dB eigenlijk staal nodig, terwijl de esthetiek van deze historische zaal vraagt om een houten afwerking. Maar uiteindelijk is het ons gelukt de eisen te verzoenen met de fysieke mogelijkheden.”

Verder voorzag Dox Acoustics de afscherming van de luchtgroepen op het dak van een akoestische bekleding, met panelen op basis van gerecycleerd pvc. “Langs de buitenkant bestaan de schermen uit koper, zodat ze een geheel vormen met het dak en de rest van het gebouw. De geluiddempende kunststofpanelen moeten voorkomen dat het geluid van de luchtgroepen weerkaatst tegen de omliggende muren en dat ze de omgeving zo geluidsoverlast bezorgen.”


Drooghmans Geveltechnieken – Gevelbekleding
Drooghmans Geveltechnieken bracht in het Elisabeth Center de gevelbekleding aan, op een oppervlakte van bijna 1.700 m². De geventileerde keramische gevels liggen verscholen tussen de aanpalende gebouwen, waardoor de opdrachtgever en architect kozen voor een samenspel van vier tinten – van beige tot oliezwart met een speels plaatsingspatroon, wat resulteert in een prachtige overgang met de koperen dakbedekking.

Het bedrijf uit Balen is al verschillende decennia gespecialiseerd in decoratieve geventileerde gevelbekleding. “Een van onze grote troeven is dat we alle expertise in eigen huis hebben, wat inhoudt dat we niet alleen technisch advies geven, maar ook instaan voor de volledige engineering en een piekfijne uitvoering”, klinkt het. “Dankzij onze diepgaande kennis en jarenlange ervaring kunnen we ook perfect de haalbaarheid van elk project nagaan en zelfs al in de ontwerpfase meedenken met de architect. Steeds meer architecten, studiebureaus en bouwheren raken overtuigd van de gedurfde architectuur van geventileerde gevelbekleding. Zowel voor nieuwbouw als renovatie biedt deze bekledingstechniek belangrijke voordelen: een exclusieve uitstraling, een licht gewicht aan de muur en een groot isolatievermogen. Geventileerde gevelbekleding staat bovendien garant voor een lange, onderhoudsarme levensduur.”


Arte-Floor – Vloeren en dorpels
De medewerkers van Arte-Floor (Scherpenheuvel) hadden in het Elisabeth Center een gevarieerd takenpakket, met zowel natuursteen als keramische materialen op het programma. “De vloeren bestaan deels uit keramische tegels, deels uit natuursteen”, vertelt zaakvoerder Johan Cartenstart. “De keramische vloertegels hebben wel hetzelfde uitzicht als de natuursteen. Het voordeel hiervan is dat ze minder onderhoud vergen. Ze liggen dan ook op plaatsen waar de kans op vervuiling het grootst is. De vloertegels in natuursteen hebben we overigens geïmpregneerd om ze vuilafstotend te maken.”

Ook voor een deel van de wandbekleding is keramisch materiaal gebruikt, maar er is eveneens veel natuursteen verwerkt in het Elisabeth Center. “We hebben de vloeren in verschillende patronen aangelegd in travertijn, met tegels van 45 x 90 cm en 30 x 60 cm. In de wanden van de monumentale zalen van de ZOO hebben we heel wat Spaanse Cremarsil verwerkt.” Arte-Floor plaatste ook diverse nieuwe dorpels in blauwe steen. “Donker gezoet afgewerkt en kunstmatig verouderd, zodat je geen verschil merkt met de oude dorpels”, zegt Cartenstart. “Maar de klus die het meest van onze knowhow vergde, was het aanbrengen van de marmeren Cremarsil-treden en verstekken in de metalen frames van de draaitrappen. Wat je niet kan zien, is dat het marmer telkens rust op een MDF-plaat, die wordt afgeschermd door het verstek. We hebben het marmer en MDF chemisch met elkaar verlijmd.” Ten behoeve van blinden en slechtzienden freesde Arte-Floor uitsparingen uit de treden. Daarin verlijmde het messing nopjes. “De trapleuningen zijn ook afgewerkt met messing, zodat de kleur van de noppen ermee harmonieert.”


Coraco – Binnendeuren en brandwerend schrijnwerk
Coraco (Aarschot) heeft zich sinds de oprichting van het bedrijf in 1972 opgewerkt van een algemene schrijnwerkerij tot een echte nichespeler. “We verzorgen nog steeds algemeen schrijnwerk”, licht algemeen directeur Eddy Van Audekerke toe. “Maar onze kracht schuilt in het feit dat we ongewone opdrachten aankunnen, zoals grotere, mooiere en speciale deuren. Daarom konden we al voor het Museum aan de Stroom in Antwerpen werken. Naast de binnendeuren plaatsten we er ook de houten lambrisering. In het Afrikamuseum in Tervuren stonden we in voor het houten buitenschrijnwerk. Daar ging het om een restauratie. Dit hield in dat we de oude ramen in detail moesten opmeten en op basis daarvan nieuwe, identieke ramen moesten maken. We voeren regelmatig grote restauratieopdrachten uit. Dat is overigens geen gemakkelijke markt, omdat de besluitvorming er traag kan verlopen en er af en toe onverwacht oponthoud opduikt (extra attest nodig, stabiliteitsprobleem dat moet worden opgelost …).”

In het Elisabeth Center plaatste Coraco bijna vierhonderd binnendeuren. Een groot aantal hiervan zijn omvangrijke brandwerende deurgehelen in eik. “We plaatsten ook het brandwerend schrijnwerk in de scheidingsgevel tussen het oude en het nieuwe deel van het complex”, vult Van Audekerke aan.