Reflectiedag over onroerend erfgoed

Eind maart organiseerde de Vlaamse Confederatie Bouw in samenwerking met een aantal gespecialiseerde partners een reflectiedag omtrent onroerend erfgoed. Restauratieaannemers en -architecten, erfgoedeigenaars, medewerkers van Herita, Monumentenwacht, KU Leuven, WTCB, agentschap Onroerend Erfgoed en gemeenten wisselden intensief van gedachten over erfgoed en erfgoedbeleid, met als voornaamste besluit dat uitwisseling van kennis en ervaringen meer dan ooit noodzakelijk is om erfgoedwaarden optimaal te behouden en te ontsluiten.

In zijn inleiding ging Mark Andries, kabinetschef van minister-president Bourgeois, dieper in op de herbestemming van monumenten: “De voorbeelden in Vlaanderen zijn talrijk en steeds vooruitstrevender. Kastelen worden gemeentehuizen, pakhuizen worden woon- of kantoorruimte, kerken worden restaurants of klaslokalen, watertorens worden klimmuren en industriële gastanks worden duiktanks.” Verder verwees de kabinetschef naar twee fiscale stimulansen die in juli van kracht worden: de vermindering van het verkooprecht van beschermde monumenten en de halvering van de schenkbelasting, weliswaar met de voorwaarde dat de in mindering gebrachte som opnieuw in het monument wordt geïnvesteerd. De Vlaamse Erfgoedkluis participeert intussen in elf erfgoedsites en injecteerde dankzij haar risicokapitaal al ongeveer 77 miljoen. Daarnaast wordt zowel voor particulieren als ondernemingen en openbare besturen gewerkt aan een systeem van erfgoedleningen met een lage rentevoet.

Samenwerken in vertrouwen
Na de inspirerende inleiding van Michiel van Hunen van de Nederlandse Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed over de situatie bij onze noorderburen, kwamen de deelnemers in twee workshops tot een reeks conclusies. Allereerst ontstond er een ruime consensus rond de idee dat het er bij erfgoedzorg op aankomt om met alle betrokken partijen in vertrouwen samen te werken, met middenveldorganisaties als bruggenbouwers. Dit kan een te rigide regelgeving tegengaan. Ook bij restauratiewerken moet een bouwteamformule mogelijk worden. Het brede publiek moet kunnen meedenken over de bescherming van monumenten en landschappen. Eigenaars van erfgoed moeten beter geïnformeerd worden over waar zij terecht kunnen met hun problemen. Er is tevens vraag naar een centraal kennisplatform voor alle doelgroepen dat zich specifiek richt op het onroerend erfgoed. Kwaliteitsborging moet van onderuit tot stand komen, om te beginnen vanuit het onderwijs. Erfgoed(zorg) moet in zoveel mogelijk opleidingen aan bod kunnen komen en mag de digitaliseringstrein niet missen. Daarnaast werd er gedacht aan professionele opleidingen tot ‘restauratiemeester’. Die zouden idealiter plaatsvinden in een traject met behalve een schoolse ook een bedrijfsinterne vorming.

Reflectiedag Onroerend erfgoed

Nieuwe financieringsmethoden
Wat financiering betreft, kwamen onder meer erfpacht en bruikleen naar voor. Eigenaars van erfgoed gaan er nog te vaak van uit dat dit hen recht geeft op een premie. Misschien is een flexibelere overheidstussenkomst eerder denkbaar dan de huidige premies met vaste percentages. De overheid moet vooral de meerkost van de erfgoedwaarde in vergelijking met de marktwaarde van een onroerend goed overbruggen. Anderzijds zouden de belastinginkomsten uit toeristische activiteiten of crowdfundingsopbrengsten gebruikt kunnen worden voor de ondersteuning van erfgoed.

Flexibele gebruiksmogelijkheden zijn belangrijk voor de integratiekansen van een erfgoedgebouw in een stadsvernieuwingsproject. Qua comfort en energiezuinigheid moet er voldoende ruimte zijn voor genuanceerde adviezen per project. De opname van onroerend erfgoed in proeftuinen kan daartoe een nuttig instrument zijn. Het onderhoud van erfgoed is in Vlaanderen een nog onderontwikkelde markt. Voor gelijkaardige erfgoedgebouwen, zoals sociale woningen, zijn groepsaankopen denkbaar. Ook raamovereenkomsten rond het onderhoud van gelijkaardige gebouwen in een bepaalde regio, zoals bijvoorbeeld kerken, zijn denkbaar. Een ander idee was aannemers bij de uitvoering van een restauratiewerk eveneens te vragen om gedurende een aantal jaren het onderhoud op zich te nemen.

Tekst en beeld | VCB