Thema brandbeveiliging | Brandveiligheid belangrijk criterium in scholen van morgen

Het Scholen van Morgen-programma draait op volle toeren. Alleen dit jaar al worden er honderd DBFM-projecten opgeleverd, goed voor maar liefst 214.527 m² nagelnieuwe schoolruimte. Naast aandacht voor functionaliteit, esthetiek en ruimtelijke flexibiliteit staat ook brandveiligheid hoog op het prioriteitenlijstje. De experts van Scholen van Morgen hanteren dan ook een doordachte strategie, zodat eventuele vuurhaarden geen kans krijgen om de kersverse infrastructuur in de as te leggen.

Scholen van morgen is een grootschalige, complexe operatie. Het programma voorziet binnen een uiterst korte tijdspanne in de realisatie van 165 scholen door zestig architectenteams, een veertigtal studiebureaus en een tiental aannemersconsortia. Om de projecten zo gestroomlijnd mogelijk te kunnen laten verlopen en de kwaliteit maximaal te garanderen, is alle technische expertise gebundeld in een ‘competence center’. Elk dossier wordt zowel in de ontwerp- als de bouwfase van nabij opgevolgd door ervaren technische adviseurs, die uiteraard ook raad geven over de brandveiligheid van de tweehonderd nieuwe gebouwen. Brandveiligheid is binnen het Scholen van Morgen-programma immers een cruciaal aandachtspunt vanaf de wedstrijdvraag en de opmaak van de projectdefinitie. “Als bouwheer met technische competenties – een expliciete keuze bij Scholen van Morgen, want in andere projecten is dat meestal niet het geval – trachten we zo het overzicht te bewaren en de nodige lessen te trekken in functie van andere projecten binnen het Scholen van Morgen-traject”, vertelt Bart Van der Wee, manager van het competence center.

Scholen van Morgen

Twee brandveiligheidsdossiers
Hoewel de eindverantwoordelijkheid steeds bij het bouwteam ligt, grijpen de adviseurs van het competence center in waar nodig. Architecten moeten bij de uitwerking van het voorontwerp en de opmaak van het uitvoerings- en aanbestedingsdossier namelijk steeds een brandveiligheidsdossier voorleggen. Het is net op die momenten dat de Scholen van Morgen-experts enkele veel voorkomende euvels kunnen onderscheppen en oplossen. “Wat brandveiligheid betreft, staat of valt een project meestal in de designfase”, weet Yen Mertens, diensthoofd van de Design-afdeling, die projecten begeleidt vanaf de opstart van een nieuw dossier tot de gunning aan een aannemer. “Het is voor ons dan ook zaak om er heel wat aandacht aan te besteden, zeker als we samenwerken met buitenlandse architecten die nog niet vertrouwd zijn met de Belgische normen en regels. Architecten moeten op twee niveaus een brandveiligheidsdossier maken. Het eerste focust op het gebouw als geheel en toont hoe het is opgevat op het vlak van evacuatie en compartimentering. Het tweede is een stuk gedetailleerder en bevat een uitvoerige beschrijving van (de brandweerstand of brandklassereactie van) specifieke onderdelen en materialen.”

Belangrijke twistpunten
Hoewel er inzake brandveiligheid duidelijke normen en regels bestaan, is er nood aan intensief overleg tussen de Scholen van Morgen-experts en de ontwerpende architecten. Vooral de bepaling van de compartimentsgrenzen geeft weleens aanleiding tot discussie, aldus Yen Mertens en Bart Van der Wee: “Ontwerpers zijn doorgaans geneigd om 2.500 m² te hanteren als maximale compartimentsgrens, maar in scholen heeft een compartiment van meer dan 1.250 m² al een grondige impact – met bijvoorbeeld strenge REI-waardes voor het schrijnwerk aan de kant van de evacuatieweg (meestal de gang tussen twee rijen klassen) en een hogere kostprijs tot gevolg. Andere twistpunten zijn de brandwegen, de brandoverslag naar aanliggende gebouwen, de brandhaspels en druk op de waterleidingen en de toegang van de brandweer tot de site. Ook over de materiaalkeuze wordt regelmatig gedebatteerd. Hout geeft een gebouw een warme uitstraling, maar als het aankomt op brandbehandeling is veelvuldig gebruik ervan (vooral qua kostprijs) een stuk minder ideaal, zeker in functie van de dertigjarige onderhoudsperiode. De verlaagde plafonds vormden eveneens een voornaam aandachtspunt, met name qua brandstabiliteit. Zo verkiezen heel wat ontwerpers en aannemers een eiland boven een integraal afgewerkt plafond, wat maakt dat hoge temperaturen de draagstructuur makkelijk kunnen aantasten. En een laatste aspect dat meer aandacht zou mogen krijgen, is de kostprijs van de brandwerende beglazing. Het kan uiteraard niet de bedoeling zijn dat architecten hun transparant ontwerp moeten omvormen tot een geslotener geheel omdat de prijs van het vereiste glas astronomisch hoog ligt.”

Tekst | Tim Janssens en Jeroen Schreurs Beeld | AG Real Estate