Thema brandbeveiliging | Het is zover: brandwerendheid volgens de Europese regels

Op 1 december 2016 moet de brandwerendheid van bouwelementen in bijna alle gevallen met de Europese terminologie ‘EI’, ‘R’ en ‘REI’ worden aangeduid. Hoewel alle partijen een overgangsperiode van vier jaar kregen, blijken de meeste lastenboeken nog steeds van ‘Rf volgens NBN 713.020’ te spreken en/of Benor/ATG-attesten met Belgische terminologie te bevatten. Behoort u tot de categorie vakmensen die dit doet, dan is het intussen al vijf nà twaalf om alles aan te passen!

Hoewel de regels om brandweerstand van een bouwelement aan te tonen al in het Koninklijk Besluit van 12 juli 2012 zijn opgenomen, blijken veel architecten en aannemers nog steeds de oude regelgeving te volgen. Ing. Liesbeth Jacobs, Technical Manager Fire Promat International: “Door de overgangsperiode was dat geen probleem. Maar verstandig was het niet, want de Europese regels zijn strikter. In veel gevallen zal de dikte van het bouwelement niet meer volstaan om de vereiste brandweerstand te halen. En in sommige toepassingen geldt zelfs een andere constructie- of bevestigingswijze. Voor elk element moet dus de nodige informatie bij de leverancier worden opgevraagd, wat een tijdsintensieve klus is.”

Promat

Over wat gaat het?
Hoe kan de leverancier nu bewijzen dat zijn producten aan de Europese regelgeving voldoen? De attestering van de CE-markering is de belangrijkste informatiebron. Liesbeth Jacobs: “Een bouwproduct heeft op zich geen ‘eigen’ brandweerstand, zelfs al betreft het brandwerende platen of isolatiemateriaal. De brandweerstand is altijd afhankelijk van en bepaald door zijn plaatsingswijze. Vandaar dat er in het DoP- document, de prestatieverklaring van een CE-gelabeld bouwproduct, niet altijd sprake is van brandweerstand. Vaak wordt verwezen naar het Europese classificatiedocument of de plaatsingsrichtlijnen van bijvoorbeeld brandkleppen, brandwerende verf of -manchetten. Bovendien is een CE-markering niet verplicht voor bouwproducten die niet onder een geharmoniseerde productnorm vallen. Vandaar dat de regelgeving ook toelaat om de brandweerstand te bewijzen via European Technical Approvals, European Technical Assessments of Europese classificatiedocumenten. Dit laatste type moet door een Europees labo of certificatieorganisme worden opgesteld op basis van één of meerdere brandproeven volgens Europese testnormen en/of door een analyse van proefresultaten. In de praktijk blijken de ETA’s voor brandwerende doorvoeringsproducten, zoals brandmanchetten of afdichtingsmaterialen, vrij volledig te zijn. Maar die voor brandwerende platen, intumescerende verven en brandwerende spuitmortels bevatten niet altijd alle beschikbare brandproefresultaten. Het is dus aangewezen om alle documenten extra goed te controleren en geen materialen te gebruiken die niet aan de Europese regelgeving voldoen.”

Tekst | Els Jonckheere Beeld | Promat