Voorbeeldgebouw in wijk achter Brussels Noordstation

Achter de vele statige en futuristisch ogende kantoorcomplexen aan het Brusselse Noordstation verschuilt zich een groezelige, dichtbevolkte wijk waar niemand komt die er niet hoeft te zijn. Het Linné-Planten-project is een eerste stap in de structurele opwaardering van deze verloederde buurt. Missie geslaagd, want de grondige renovatie van een woontoren annex appartementencomplex creëert een ongekende hoeveelheid ruimte, licht en transparantie.

Het Linné-Planten-project draait rond de grondige verbouwing van een aftandse woontoren en een kleiner appartementencomplex in de parallelle Linnéstraat en Plantenstraat in Sint-Joost-ten-Node. Marianne Hiernaux, woordvoerster bij het federaal-gewestelijk Brusselfonds Beliris: “Het was de bedoeling om er vijftig sociale appartementen te creëren die aan de huidige bouw- en energienormen beantwoorden. Vandaar dat ze gerenoveerd zijn volgens de passiefstandaard, wat geen eenvoudige opdracht was. Ze moesten tevens gericht zijn op de huisves­ting van grote gezinnen. De meeste appartementen hebben drie kamers en een vloeroppervlakte van ongeveer 100 m². Dankzij een doordachte indeling van de ruimtes kunnen veel personen er comfortabel (samen)wonen. Linné-Planten zal ook onderdak bieden aan een nieuwe crèche met plaats voor 36 kinderen. Beide gebouwen worden verbonden via een groene voetgangerszone en een openbaar parkje, die de wijk meteen een frisse, open toets geven.”

Wijk krijgt nieuw elan
Hoewel er niet aan de vorm van de gebouwen is getornd, zorgt de nieuwe gevelschil voor een complete kentering in het straatbeeld. “De architecten trokken het complex visueel open naar de wijk”, vertelt Marianne Hiernaux. “De ingang aan de Plantenstraat werd vergroot en mondt uit in een grote trappenhal, met ramen die zich uitstrekken over twee verdiepingen. Aan de Linnéstraat verdween het volledige gelijkvloers: de ingang is ondergebracht in een glazen kubus die het gebouw lijkt te dragen. Hierdoor oogt de site erg licht en kunnen ook de naburige straten van het groene parkje genieten. De crèche lijkt uit de grond op te rijzen dankzij haar gordijngevels en het afhellende extensieve groendak. Voorts opteerden de architecten voor grote glaspartijen in de appartementen, waardoor de bewoners maximaal van de natuurlijke lichtinval kunnen genieten. Samen met een gevelafwerking in houtcassettes, die geïsoleerd zijn met cellulose, resulteert dit in een wooncomplex dat de wijk een totaal nieuw elan geeft.”

Een echt voorbeeldgebouw
Niet alleen op esthetisch vlak is Linné-Planten een unicum. Ook qua duurzaamheid is het een gebouw dat in zijn buurt zijn gelijke niet kent. Door tal van ingrepen zal het energieverbruik na de renovatie liefst twintig keer lager liggen. “Het streefdoel is 8 kWh/m² per jaar”, aldus Marianne Hiernaux. “Dit willen we enerzijds bereiken via een WKK met 32 m² thermische zonnepanelen voor het sanitaire warm water en de verwarming. Anderzijds zijn er op de zuidgevel van het Linnégebouw 400 m² fotovoltaïsche zonnepanelen geplaatst. Deze zullen de energiebehoefte van de gemeenschappelijke ruimtes en de crèche dekken. Samen met de waterbesparingsmaatregelen, de ecologische materiaalkeuze en de bouwkundige kwaliteit van het pand zorgt dit alles ervoor dat Leefmilieu Brussel Linné-Planten officieel beschouwt als ‘Voorbeeldgebouw’. En we moeten toegeven dat het echt wel navolging verdient!”

Tekst | Els Jonckheere       Beeld | Beliris

Technische Fiche 
Bouwheer    Beliris (Brussel)
Architecten    A2M (Brussel)
Hoofdaannemer    Artes TWT (Andenne)

 


 

Uitgekiend verwarmingssysteem voor Linné-Planten

Hoewel de woontoren en het appartementencomplex van Linné-Planten gerenoveerd zijn volgens de passiefnormen, was er ook in dit project nood aan een betrouwbare stookinstallatie. De keuze viel op twee Remeha-ketels van het type Eco Pro 210, die elk een vermogen van 115 kW hebben.

Sarie Verheye, PR & Communication marketeer bij Remeha: “De compacte condenserende gasketels combineren een zuinige en milieuvriendelijke techniek met een grote hoeveelheid gebruiks- en toepassingsmogelijkheden. Dankzij hun lichte gewicht en geringe afmetingen nemen ze elk amper 0,5 m² ruimte in beslag. Bovendien kunnen ze dankzij hun bovenaansluitingen en frontale bereikbaarheid tegen de muur of rug aan rug geplaatst worden.”

Eigen woningstations
“In de Linné-Planten-gebouwen wordt er vanuit de centrale stookplaats een warme combilus opgestookt”, vervolgt Frederik Gyselinck, projectleider van Sanitechniek uit Mechelen, dat instond voor de installatie. “Elk appartement beschikt over een eigen woningstation voor de afname van verwarmingswater of de opwarming van sanitair warm water. Het kinderdagverblijf staat hier los van. Dat wordt verwarmd met een Remeha-ketel van het type Quinta Pro, die een vermogen van 40 kW heeft. Diezelfde ketel verwarmt eveneens een sanitaire boiler.”

Passiefhuisstandaard
Voor Sanitechniek, dat dit jaar dertig kaarsjes mocht uitblazen en dus een ruime expertise heeft, was Linné-Planten toch wel een bijzonder project. “De gebouwen worden gerenoveerd volgens de passiefhuisstandaard van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest”, legt Frederik Ghyselinck uit. “Dit impliceert dat de energiebehoefte voor verwarming beperkt is tot 15 kWh/m² per jaar en dat de primaire energie voor verwarming, sanitair warm water, ventilatie en pompen beperkt is tot 45 kWh/m² per jaar. Vandaar dat er heel wat zoek- en studiewerk aan te pas kwam vooraleer we konden overgaan tot de effectieve installatie. Ook de ventilatie werd overigens door onze firma gerealiseerd. Daar viel de keuze op vier centrale luchtgroepen met warmterecuperatie door middel van een warmtewiel.”

Tekst | Els Jonckheere       Beeld | Remeha