Platform voor de bouw
“Circulair bouwen wordt vandaag onvoldoende beloond”
Van links naar rechts: Joeri Beneens, Ruben Snurawa en Elfver Vandenbraembussche.

“Circulair bouwen wordt vandaag onvoldoende beloond”

Circulair bouwen begint bij het ontwerp, hoor je vaak. Maar om de theorie effectief in de praktijk te brengen, moeten ook de bedrijven die instaan voor materiaalproductie, productontwikkeling en uitvoering mee de bakens verzetten en grenzen verleggen. In de eerste rondetafel van het nieuwe jaar brachten we drie partijen samen die hier elk op hun manier hun steentje toe bijdragen: Elfver Vandenbraembussche (Directeur R&D, Techniek en Kwaliteit bij AC Materials), Ruben Snurawa (Quality en ESG Manager bij Aliplast Aluminium Systems) en Joeri Beneens (CEO bij Beneens Bouw en Interieur). Zij legden onder meer uit hoever de circulaire mindset al is doorgedrongen in de sector. “De wil is er over het algemeen wel, maar het kortetermijndenken zit nog al te vaak in de weg.”

Dag heren, laten we beginnen bij het begin. Hoe en wanneer is circulariteit op jullie radar gekomen? En wat drijft jullie vandaag om er zo nadrukkelijk op in te zetten?

Ruben Snurawa: “Als deel van de Corialis Group is Aliplast niet alleen een systeemhuis voor aluminium schrijnwerk, maar beschikken we ook over een eigen extrusieafdeling. Een groot voordeel van aluminium is dat het oneindig recycleerbaar is. Al sinds we begin jaren 2000 begonnen te extruderen, verwerken we dan ook steevast 20 % eigen processchroot in onze profielen, aangevuld met extra recycled content. Dit vormde het uitgangspunt voor de voortrekkersrol die we vandaag als leverancier trachten op te nemen.”

Joeri Beneens: “Onze onderneming bestaat negentig jaar en omvat naast een klasse 8-bouwbedrijf onder meer ook een dochterfirma die aluminiumramen produceert en plaatst (Beneens Alucon). De circulaire filosofie die we vandaag hanteren – en waar we een echte KPI van maken – is automatisch voortgevloeid uit onze eerdere activiteiten, die al van oudsher duurzaam georiënteerd waren. Zo maakten we op materiaalniveau al erg vroeg gebruik van milieucertificaten en een eigen containerpark, waarmee we 35 verschillende afvalstromen genereerden en oplossingen zochten om ze opnieuw bij de desbetreffende leveranciers te krijgen. Op die manier hebben we hen gestimuleerd om de Cradle to Cradle-mindset mee te omarmen. Uiteraard vormt dit ook een extra troef bij aanbestedingen. Om die circulaire mindset door te trekken in de projecten die we uitvoeren, zetten we sterk in op Design & Build-opdrachten, zodat we mee aan het stuur zitten wanneer in de loop van het voortraject de belangrijkste knopen worden doorgehakt. Denk aan de toepassing van vaste grids, veelvuldig gebruik van hout, een sterke focus op demonteerbaarheid en herbruikbaarheid …”

“Circulair bouwen wordt vandaag onvoldoende beloond” 1
Joeri Beneens.

Elfver Vandenbraembussche: “AC Materials is onderdeel van de Square Group, die met haar dochterondernemingen de volledige bouwketen bestrijkt. De circulaire gedachte ligt mee aan de basis van onze oprichting en onze activiteiten. In onze vijf Vlaamse vestigingen breken, zeven en keuren we bouw- en slooppuin in functie van hergebruik, onder meer in stortklaar beton.

Dit laatste produceren we in onze eigen betoncentrale, net als magere mengsels, zandcement, funderingsmateriaal en schraal beton. Daarbij trachten we downcycling zo veel mogelijk te vermijden en onze granulaten maximaal te verwerken in volwaardige nieuwe bouwmaterialen en -elementen. Deze laatste kunnen we ook effectief leveren doordat we intussen over een BENOR-certificaat beschikken. Tot slot werken we actief mee aan studies en VLAIO-projecten om te bekijken hoe we het toegelaten vervangingspercentage in de nabije toekomst kunnen opkrikken. Zo zijn we er zelfs al in geslaagd om 75 tot 80 % van de kalksteen en het zeezand te vervangen door gebroken betongranulaten en betonzand.”

Joeri Beneens: “Dergelijke pioniersprojecten zijn en blijven cruciaal om stenen in de rivier te verleggen. Voor ons was de realisatie van ’t Centrum op de Kamp C-site in Westerlo zo’n mijlpaal. Daar hebben we met behulp van de duurzaamste materialen een demonteerbare en verplaatsbare constructie opgetrokken, inclusief waardebehoud op materiaalniveau, cementvrij geopolymeerbeton enzovoort. Na de oplevering in 2021 hebben we hier letterlijk en figuurlijk op voortgebouwd, waardoor we vandaag al vier extra referenties hebben in datzelfde bouwsysteem.”

Zelf zijn jullie duidelijk al helemaal mee met het verhaal van circulair bouwen, maar zijn ook bij jullie partners – en bij uitbreiding in de rest van de sector – de geesten inmiddels gerijpt?

Elfver Vandenbraembussche:

“In een conservatieve wereld als de bouw duurt het een hele tijd alvorens de zaken effectief in beweging komen, maar ik heb de laatste twee à drie jaar wel een voorzichtige kentering zien ontstaan. Zo begint de overheid stilaan oog te hebben voor duurzaamheid en circulariteit in haar aanbestedingen. Helaas is er bij onze klanten zelf nog maar bitter weinig vraag naar circulaire toepassingen. Doorgaans is het dus op eigen initiatief dat we gerecycleerde granulaten verwerken in ons stortklaar beton.”

“Circulair bouwen wordt vandaag onvoldoende beloond” 2
Ruben Snurawa.

Ruben Snurawa: “Dat klinkt jammer genoeg herkenbaar. Wij zijn in 2019 op eigen houtje begonnen met C2C-certificatie van een aantal producten en vandaag is dat nog steeds grotendeels eenrichtingsverkeer, al zijn er nu wel enkele klanten die interesse beginnen vertonen. Toen we een vijftal jaar geleden het belang van gerecycleerd schroot aankaartten, stootte dat nog op gefronste wenkbrauwen. Gelukkig is het tij vandaag aan het keren en zijn we nu volop ons recyclingprogramma AluLoop aan het uitrollen. Hierbij streven we naar een gesloten circuit van aluminium binnen onze waardeketen. Het schroot van onze klanten wordt hersmolten tot low-carbon billets, die we vervolgens verwerken tot nieuwe profielen. Hoe dan ook moeten we als fabrikant van halffabricaten mee aan de kar blijven trekken, vind ik. Op een bepaald moment zal circulariteit een cruciale voorwaarde zijn om te overleven als bedrijf, dus dan kun je er maar beter klaar voor zijn.”

Joeri Beneens: “Ik heb het gevoel dat de pauzeknop is ingeduwd rond heel het milieuaspect. Dat is onder meer te wijten aan het woelige geopolitieke klimaat, waardoor de regelgeving die Europa aan het klaarzetten was nog wat langer op zich laat wachten. Desondanks blijven we erop hameren, want vroeg of laat haalt de klimaatrealiteit ons toch weer in en zal dit thema opnieuw hoog op de agenda prijken. Bovendien komt er een hele nieuwe generatie aan die wél intrinsiek doordrongen is van die urgentie. In de tussentijd zijn er gelukkig ook goede ontwikkelingen te melden. Denk bijvoorbeeld aan de Regie der Gebouwen, die sinds eind vorig jaar in haar openbare aanbestedingen fictieve kortingen toekent bij de prijsvergelijking naarmate je als inschrijver beter scoort op de CO2-Prestatieladder. De overheid moet vooral blijven inzetten op dergelijke stimulerende maatregelen en de realisatie van voorbeeldprojecten.”

Elfver Vandenbraembussche: “Inderdaad, stilaan zie je projecten opduiken die bewust een stap verder gaan. Zo moet er bij de realisatie van Broeklin, de opvolger van Uplace in Machelen, zowel prefab- als stortklaar beton met een flink aandeel gerecycleerde bestanddelen gebruikt worden. Ook het Vlaams Betonakkoord begint meer dan drie jaar na ondertekening eindelijk concrete vruchten af te werpen. En de nakende EU-taxonomie, die circulair hergebruik een forse impuls zal geven, brengt eveneens een en ander in beweging.”

Wat is het voornaamste resterende obstakel dat een grootschalige circulaire bouwpraktijk in de weg staat?

Joeri Beneens: “In mijn ogen is dat het traditionele kortetermijndenken, dat nog steeds wijdverspreid is. 90 % van de aanbestedingen blijft gebaseerd op het principe van ‘de goedkoopste wint’, terwijl dat vandaag echt niet langer verdedigbaar is en soms kafkaiaanse toestanden oplevert. Maar goed, niet enkel bij de overheid wringt het schoentje. Veel projectontwikkelaars zijn in hetzelfde bedje ziek. Ze kijken louter naar de huurprijs die ze kunnen vragen en trachten het gebouw in kwestie vervolgens zo goedkoop mogelijk te realiseren, zonder te denken aan wat de volgende generaties er eventueel mee zouden kunnen aanvangen. Terwijl de uitzonderingen die de regel bevestigen, zoals Nextensa, bewijzen dat een circulaire langetermijnvisie wel degelijk haar vruchten afwerpt. Zij kiezen er bewust voor om al hun nieuwe kantoren op te trekken in hout, zoals in Gare Maritime in Brussel. Het resultaat: alles is volledig verhuurd voordat de eerste steen gelegd is en ze kunnen er een betere huurprijs voor vragen, simpelweg omdat het er veel aangenamer werken is en dat positieve, duurzame imago ook afstraalt op de bedrijven die er gevestigd zijn.”

“Circulair bouwen wordt vandaag onvoldoende beloond” 3
Elfver Vandenbraembussche.

Ruben Snurawa: “Er wordt over het algemeen te weinig gekeken naar de total cost of ownership. Veel duurzame investeringen verdien je uiteindelijk terug, zeker als het over circulaire maatregelen gaat. Daarnaast zijn er ook nog enkele technische hindernissen te overwinnen. Het is en blijft bijvoorbeeld een enorme uitdaging om vliesgevels te creëren die volledig demonteerbaar zijn, onder meer omdat je te maken hebt met erg strikte eisen op het vlak van lucht- en waterdichtheid.”

Elfver Vandenbraembussche: “Bij ons zit de huidige normering in de weg. De BENOR-richtlijnen voor hergebruik van beton zijn erg strikt. Gerecycleerd betongranulaat moet namelijk aan dezelfde eisen voldoen als kalksteen. Dat is pure ‘overshooting’. Er zijn uiteraard specifieke situaties die een strengere omkadering vergen – zoals hogesterktebeton of de hoogste milieuklassen – maar voor het overige kan je met een vrij hoog percentage aan gerecycleerde granulaten prima producten afleveren.

In 2025 zijn er eindelijk stappen gezet om dit te veranderen. Zo mogen we nu ook fijn granulaat hergebruiken in BENOR-beton, met dank aan de proeven die we samen met onder meer Buildwise en OCW hebben uitgevoerd in het kader van het RecySand-onderzoek. Qua prijs is er alleszins geen verschil tussen ons stortklaar beton met 100 % kalksteen en de variant met een aandeel gerecycleerde granulaten. Op termijn zal deze laatste vermoedelijk zelfs goedkoper worden vanwege de groeiende schaarste aan natuurgranulaten.”

Wat wordt volgens jullie de volgende grote doorbraak inzake circulaire materialen, technologieën of businessmodellen? Kan AI in dit verband een belangrijke rol spelen?

Ruben Snurawa:“Ik kijk reikhalzend uit naar een systeem dat zich leent tot modulaire gevelbouw. Maar om dit effectief mogelijk te maken, moet er toch nog wat water naar de zee vloeien. Wat AI betreft: bij ons denk ik dat het vooral op grote schaal ingezet kan worden om productieprocessen te stroomlijnen en te finetunen. Qua productontwikkeling lijkt me dat momenteel minder van tel, ondanks de snelle evolutie die artificiële intelligentie vandaag doormaakt.”

Joeri Beneens: “Modulair denken wordt inderdaad cruciaal om materialen en gebouwelementen op termijn een tweede of zelfs derde leven te kunnen geven. Los daarvan zien we veel potentieel in de uitwerking van gebouwenpaspoorten, onder meer om het waardebehoud van materialen aan te tonen en hun traceerbaarheid te garanderen. We hebben er intussen al enkele uitgewerkt en beginnen er stilaan wat routine in te krijgen. Gelukkig maar, want het is een arbeidsintensieve klus. In de

toekomst zou AI een grote hulp kunnen zijn om dat proces te bespoedigen. De eerste tests in dat verband zien er alvast veelbelovend uit. Voor gebouweigenaars en -gebruikers zou het alleszins een grote meerwaarde zijn in het licht van onderhoud of toekomstige aanpassingen. Bovendien kunnen we nu desgewenst ook CO2-certificaten maken, die we vervolgens kunnen veilen aan de chemische wereld of de betonindustrie. Dit concept gaan we binnenkort voor het eerst toepassen voor een ontmoetingscentrum in Diest dat we momenteel aan het realiseren zijn.”

Elfver Vandenbraembussche: “Wij hopen van onze kant op een grote shift in het voorschrijfgedrag bij de overheid om een bredere implementatie van beton met een groter hergebruikspercentage mogelijk te maken. In afwachting daarvan zetten we alvast in op de ontwikkeling van software waarmee we makkelijk een LCA kunnen genereren voor ons stortklaar beton, in de hoop dat onze klanten daar de meerwaarde van zullen inzien. Ook automatische detectie van onzuiverheden in de puinstromen die we binnenkrijgen staat hoog op het verlanglijstje, onder meer op vraag van baksteenfabrikanten die zeer zuivere fracties nodig hebben om op termijn het verplichte hergebruikspercentage te kunnen bereiken. In dat verband zijn we samen met VITO, Buildwise en KU Leuven ook volop aan het bekijken hoe we verschillende stromen bij ons op de band kunnen scheiden om meer herbruikbaar beton en baksteen te verkrijgen, meer bepaald via een combinatie van verschillende detectiemethodes en een AI-systeem. Ik hoop dat het iets wordt, want ik zie daar zeker toekomst in.”

“Circulair bouwen wordt vandaag onvoldoende beloond” 4
“De overheid moet blijven inzetten op stimulerende maatregelen en de realisatie van voorbeeldprojecten”, klonk het unisono.

Ruben Snurawa: “Iets wat we ook alsmaar vaker zullen zien, is dat ontmantelde of gerecupereerde materialen en gebouwelementen rechtstreeks hergebruikt worden in nieuwe projecten, indien mogelijk zelfs op dezelfde site.”

Joeri Beneens: “Dat sluit aan bij het statiegeldsysteem dat we nu steevast aanbieden in het kader van aanbestedingen. Als we in onze voorkeurstypologie kunnen bouwen – lees: een 5 x 5- of 5 x 7-grid – dan betalen we voor de balken, kolommen, vloerplaten en houtskeletwanden die eraan opgehangen worden een bepaalde restwaarde als ze ooit opnieuw zouden vrijkomen, simpelweg omdat we ze nadien integraal kunnen hergebruiken. De exacte bedragen staan per onderdeel vermeld in het gebouwenpaspoort. Dit wil overigens niet zeggen dat we enkel nog gebouwen zullen realiseren die voor 100 % uit dat grid bestaan. Een combinatie met een aandeel maatwerk is altijd een optie. Hoe dan ook zullen we dit concept voortaan maximaal trachten toe te passen in het kader van Design & Build-opdrachten, als bijkomende troef voor de bouwheer én extra stimulans voor de implementatie van een circulaire bouwpraktijk. Ik hoop dat zoveel mogelijk architecten en aannemers ons voorbeeld volgen en in hetzelfde grid bouwen, want dat verhoogt de kans op later hergebruik enorm.”

Tot slot: waarover zouden jullie binnen een vijftal jaar willen kunnen zeggen: “Dat is ons écht gelukt”?

Ruben Snurawa: “Ik zou erg fier zijn als we tegen dan een systeem op de markt hebben dat we na vijftig à zestig jaar – de gemiddelde levenscyclus van aluminium schrijnwerk – integraal zouden kunnen demonteren. Dat zou een enorme stap vooruit zijn in het licht van de circulaire transitie. Wat we er dan in de toekomst effectief mee zullen doen, is uiteraard een andere discussie.”

Joeri Beneens: “Ik hoop dat de concepten waarmee we nu pionieren tegen dan breder ingeburgerd zullen zijn, zodat we er ook effectief de vruchten van kunnen plukken – zowel bij aanbestedingen als in de dagelijkse bouwpraktijk. Voorlopig introduceren we dergelijke nieuwigheden nog hoofdzakelijk uit overtuiging of om te anticiperen op nakende evoluties. Binnen een jaar of vijf zou daar ook echt wel een beloning tegenover mogen staan. Wat de circulaire transitie in het algemeen betreft, hoop ik dan weer dat niet langer de initiële kost de doorslag geeft, maar de langetermijnwaarde van de materialen die we in gebouwen verwerken. Er zijn alleszins veel factoren die nu in voege treden en die het mogelijk maken om toekomstig hergebruik van meet af aan in rekening te brengen. Denk aan websiteplatformen die ontmantelde of gerecupereerde materialen en producten te koop aanbieden. Dat is al een mooie stap in de goede richting, net als aanbestedingen die een bepaald percentage hergebruik voorschrijven.”

Elfver Vandenbraembussche: “Als we in Vlaanderen tegen pakweg 2030 30 % van de natuurgranulaten kunnen vervangen door gerecycleerde granulaten, dan zou dat al een flinke verbetering zijn, ook al zouden we de lat in theorie nog een stuk hoger kunnen leggen. In combinatie met geschiktere normering, een ambitieuzer aanbestedingsbeleid en een grotere nadruk op selectieve sloop zou dat de circulaire transitie in een stroomversnelling brengen. Het is afwachten of dit binnen een paar jaar effectief het geval zal zijn, maar één ding is alvast zeker: wie de trein niet wil missen, zal inspanningen moeten leveren. Daar is geen weg rond …”

‎‎

Gerelateerde artikelen

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten