Het Sint-Vincentiuscollege in Buggenhout wordt uitgebreid en gerenoveerd. De werken op de campus Kloosterstraat zijn verdeeld over drie fases, waarvan de eerste intussen achter de rug is. Door de integratie van het vroegere klooster krijgt de school meer ruimte.
“Aanvankelijk planden we vooral een optimale compartimentering, op vraag van de brandweer”, blikken directrices Nele De Bie en Inge Heyvaert terug. “Door de coronapandemie liep dit project echter vertraging op. Intussen waren we een echte ‘kampeerschool’ geworden. Daarmee was duidelijk geworden dat we door onze groei meer les- en kantoorruimte nodig hadden. Zo ontstond er een ruimer plan.”
De onderwijsgeschiedenis van de site begon in de negentiende eeuw, toen de Zusters van de Heilige Vincentius (Deinze) een bestaande dokterswoning overkochten van een andere zusterorde. Ze vestigden zich in Buggenhout, met een opdracht hulpverlening aan ouderen, gebrekkigen en zieken, weeskinderen en degelijk onderwijs geven aan weeskinderen en arme kinderen.
De kern van de dokterswoning kan wel uit de achttiende eeuw dateren. In de loop der jaren breidden de zusters hun klooster en school regelmatig uit en lieten ze ook verbouwingen plaatsvinden. Een deel van het complex is duidelijk neogotisch, andere delen bestaan uit functioneel baksteenmetselwerk.
“In 2018 droegen de zusters de schoolgebouwen in erfpacht over aan de vzw Vrij Katholiek Onderwijs Buggenhout”, aldus de directie. “Zes jaar later werden ze opnieuw overgedragen, ditmaal aan Onderwijs bisdom Gent. Op 1 september 1985 smolten het Sint-Vincentiusinstituut voor meisjes langs de Kloosterstraat al samen met het Sint-Michielscollege voor jongens in de Collegestraat tot SIVIBU. Daarbij bleven beide campussen in gebruik.


Door de jaren heen werden sommige studierichtingen afgebouwd en kwamen er nieuwe bij, mede door de structuur van het onderwijs en maatschappelijke evoluties. “Vandaag is SIVIBU een sterke theoretische school die groeide van vijfhonderd naar zevenhonderd leerlingen, verspreid over twee campussen. Naast noodzakelijke aanpassingen aan de brandveiligheid, de isolatie, de technische installatie en het sanitair vonden we de nodige extra oppervlakte in het voormalige kloostergebouw.”
“De eerste fase van de werken is de meest ingrijpende”, zeggen De Bie en Heyvaert. “Ze omvatte niet alleen de renovatie van klas- en vaklokalen, maar ook de volledige integratie van het kloostergebouw in de school. Waar enkele jaren geleden nog drie kloosterzusters woonden, beschikken we nu over kantoren, een leraarskamer, een drukkerij en nieuwe lokalen. In de tweede fase, die nu aan de gang is, renoveren we alle lokalen rond de speelplaats. De derde fase bestaat uit het installeren van nieuwe technieken en verfraaiingswerken. Het daarin voorziene sloopvolume beperkt zich tot een ongunstig gelegen tussengebouw. Die sloop gebeurt op vraag van de brandweer. Zo kunnen we de speelplaats verruimen en uitrusten met een luifel.”
De buitenzijde van het klooster bleef behouden. “Dat zal ook in de toekomst zo blijven. De keuze van materialen en kleuren – hout en lichte kleuren – voor de renovatie kenmerken hoe we zijn: duurzaam en warm. We hebben niet alleen vernieuwde lokalen, want de huiselijke sfeer die we hebben willen creëren duidt op ons samen leren en ons samen leven. Goede leerprestaties komen er als we ons goed voelen.” Tijdens de werken bleef de school steeds in gebruik. “Op zes klassen na, die zolang onderdak vonden in containerlokalen op de andere campus van de school.”


“De beperkte aanpassingen aan de buitenschil betroffen het schrijnwerk. Dat vervingen we waar het niet meer voldeed of waar de nieuwe binnenindeling het vereiste”, vertelt projectleider Maarten Joly van hoofdaannemer PIT-Eiffage. “Binnen hebben we het gebouw wel helemaal gestript, met inbegrip van alle vloeren op de benedenverdieping en alle tussenvloeren. Op een gegeven moment was het van grond tot nok een lege doos.”
Diverse authentieke elementen, zoals de tegelvloer in de kloostergang, bleven waar mogelijk behouden. Dit lukte helaas niet met de parketvloer en de marmeren schoorsteenmantel in het directielokaal. “We lieten de geest en het huiselijke karakter terugkeren in de vorm van een grote houten tafel waaraan iedereen welkom is”, vullen De Bie en Heyvaert aan.

“Vanwege het behoud van de buitenschil was het een uitdaging om de zware gelamelleerde moederbalken, die deels in het zicht bleven, in het gebouw te krijgen. Dat was ook zo voor de zware stalen liggers. Die moesten we in drie delen naar binnen brengen, om ze daar aan elkaar te bouten”,
legt Maarten Joly uit.
PIT-Eiffage verstevigde ook de structuur. “We voerden funderingswerken uit, met een betonplaat en daarop betonkolommen tegen de bestaande buitenmuren. Hierop plaatsten we gelamelleerde liggers met een tussenroostering in gelamelleerde liggers of stalen profielen met een houten roostering. Op die structuren werkten we verder met zwaluwstaartplaten met een deklaag.” Fase 1 omvatte verder de vernieuwing van de technisch uitbreiding. “Inclusief de installatie van een nieuwe, algemene stookplaats voor de hele site. Ze is nu ook overal rolstoeltoegankelijk en beschikt over een lift”, aldus de projectleider.
TECHNISCHE FICHE
Bouwheer SIVIBU (Buggenhout)
Architect ABETEC architecten & ingenieurs (Zele)
Hoofdaannemer(s) PIT-EIFFAGE (Kapellen)
Neem dan rechtstreeks contact op met PIT Antwerpen NV.
Contact opnemen