Tijdens een studievoormiddag op 31 maart, georganiseerd door Fedris, Constructiv en de FOD WASO Toezicht op het Welzijn op het Werk, werd duidelijk hoe dubbel het verhaal van arbeidsongevallen in de bouwsector is. Enerzijds tonen de cijfers een duidelijke vooruitgang, anderzijds blijft de sector kampen met een hardnekkig hoog risicoprofiel. Voor bouwprofessionals ligt de uitdaging dan ook niet langer in bewustwording, maar in het consequent vertalen van inzichten naar de praktijk.
De voorbije kwarteeuw is het aantal arbeidsongevallen in de Belgische bouwsector aanzienlijk gedaald. Waar in 2000 nog meer dan 27.000 ongevallen per jaar werden geregistreerd, schommelde dat cijfer in 2024 rond 10.500. Die daling wijst op een groeiend veiligheidsbewustzijn en de impact van preventiemaatregelen.
Toch is er weinig reden tot zelfgenoegzaamheid. Wanneer het aantal ongevallen wordt afgezet tegen het aantal werknemers, blijft de bouwsector een van de gevaarlijkste in België. Ook bij dodelijke ongevallen blijft het aandeel van de bouw opvallend stabiel in verhouding tot de volledige private sector. Met andere woorden: de absolute cijfers dalen, maar het relatieve risico blijft hardnekkig hoog.

Een belangrijk inzicht dat uit de analyses naar voren kwam, is dat arbeidsongevallen zelden willekeurig plaatsvinden. Ze concentreren zich op specifieke momenten tijdens de werkdag, met pieken in de late voormiddag en midden in de namiddag. Vermoeidheid, routine en de uitvoering van complexere taken spelen daarbij een belangrijke rol.
Ook seizoensgebonden factoren zijn bepalend. Vooral in het voorjaar en het najaar stijgt het aantal ongevallen, met maart als kritieke maand. De combinatie van heropstart na de winter, toenemende werfactiviteit en wisselende weersomstandigheden creëert dan een verhoogd risico. Deze patronen bieden concrete aanknopingspunten voor gerichte preventie, zoals extra briefings op kritieke momenten.
Niet elke bouwprofessional loopt hetzelfde risico. Polyvalente bouwvakkers zijn goed voor meer dan een vijfde van alle arbeidsongevallen, wat samenhangt met hun brede takenpakket en de variatie aan werkomstandigheden. Ook ruwbouwarbeiders, schrijnwerkers, elektriciens en dakdekkers behoren tot de meest getroffen groepen.
De aard van de letsels vertoont duidelijke overeenkomsten. Handen en vingers zijn het vaakst getroffen, gevolgd door voeten, enkels en de rug. Vooral bij werken op hoogte, zoals bij dakdekkers, is de kans op ernstige letsels aanzienlijk groter. Dat onderstreept het belang van een gedifferentieerde aanpak per beroep.

Opvallend is dat arbeidsongevallen zelden het gevolg zijn van één grote fout. Vaak gaat het om een combinatie van kleine tekortkomingen: een rommelige werf, onduidelijke looproutes, onvoldoende opleiding of een moment van onoplettendheid.
Net daarin schuilt ook een belangrijke opportuniteit. Eenvoudige ingrepen zoals orde en netheid, duidelijke signalisatie en betere werkorganisatie kunnen een grote impact hebben. Preventie hoeft dus niet altijd complex of technologisch te zijn, maar vraagt vooral consistentie en discipline.
Leeftijd speelt een cruciale rol in het risicoprofiel. Jongeren zijn vaker betrokken bij ongevallen, vooral door een gebrek aan ervaring. Hun letsels zijn meestal acuut, zoals snijwonden aan handen en vingers. Begeleiding, opleiding en mentorschap zijn hier essentieel.
Oudere werknemers daarentegen zijn minder vaak slachtoffer, maar lopen een groter risico op ernstige letsels, vaak gerelateerd aan vallen of fysieke overbelasting. Voor hen ligt de nadruk op ergonomie en aangepaste werkorganisatie.

Ondanks hun bewezen effect worden persoonlijke beschermingsmiddelen nog te vaak inconsistent gebruikt. Handschoenen, veiligheidsbrillen en valbescherming ontbreken regelmatig, terwijl veiligheidsschoenen wel vaker gedragen worden. Dit wijst op een combinatie van onderschatting van risico’s, gebrek aan toezicht en gedragsfactoren. Net hier ligt een van de quick wins: correct en consequent gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm’s) kan een groot deel van de letsels voorkomen.
De rode draad doorheen de studievoormiddag was duidelijk: cijfers alleen volstaan niet. Het komt erop aan om alle inzichten te vertalen naar concrete maatregelen op de werkvloer. Focus op risicomomenten, seizoensgebonden alertheid, een gerichte aanpak per profiel en consequente toepassing van veiligheidsmaatregelen vormen daarbij essentiële factoren.