Wie recent nog in het Gentse havengebied vertoefd heeft, heeft ze allicht wel opgemerkt: de imposante contouren van de nieuwe slibmono-verwerkingsinstallatie van Aquafin, die momenteel volop in aanbouw is op de site van ArcelorMittal Belgium. De prestigieuze DBFMO-opdracht voor het ontwerp, de realisatie, de financiering, de twintigjarige exploitatie en het bijbehorende onderhoud werd gegund aan FOSTER, het consortium van BESIX Group en Indaver. Een klein jaar voor de bouwkundige oplevering polsten we naar een stand van zaken bij Koen Van Lerberghe, projectdirecteur bij BESIX Group. “De timing is zeer uitdagend en de coördinatie van alle werkzaamheden erg complex, maar voorlopig zitten we perfect op schema.”
Aquafin onderwerpt het huishoudelijke afvalwater van 86 % van alle inwoners in Vlaanderen aan een grondige zuiveringsoperatie. De biomassa die hierbij ontstaat, is een waardevolle bron van energie en grondstoffen. Vandaar de beslissing om een nieuwe slibmonoverwerker te bouwen, die vanaf 2027 zal instaan voor de eindbehandeling van twee derde van het slib dat afkomstig is uit de zuivering van het huishoudelijke afvalwater in Vlaanderen. Met een negatieve global warming impact van 28.000 ton CO2-eq zal de installatie een belangrijke bijdrage leveren aan de verwezenlijking van het ‘road to zero carbon’-plan van Aquafin.
Qua locatie werd er geopteerd voor de Gentse site van staalproducent ArcelorMittal Belgium. Enerzijds om de CO2-impact van de slibtransporten te kunnen minimaliseren, anderzijds vanwege de valorisatiemogelijkheden van de geproduceerde energie, die ArcelorMittal in de vorm van geëxpandeerde stoom zal inzetten in zijn productieprocessen. De ambitie van de Gentse haven om tegen 2050 CO2-neutraal te worden was een bijkomende doorslaggevende factor voor Aquafin. Bovendien wil het met deze installatie in een volgende fase ook inzetten op de recuperatie van fosfor uit de vliegassen van de slibverwerking.

Om zijn uiterst ambitieuze en vooruitstrevende plannen in de praktijk te brengen, schreef Aquafin een DBFMO-opdracht uit. Deze wordt uitgevoerd door het consortium met de toepasselijke naam FOSTER, die niet alleen verwijst naar de intentie om rioolwaterzuiveringsslib te koesteren als waardevol restproduct, maar ook naar de (toekomstige) recuperatie van energie en fosfor. “Als BESIX Group bundelden we de krachten met Indaver, waarmee we een erg complementaire tandem vormen”, vertelt Koen Van Lerberghe.
“We zijn vereerd dat BESIX een sleutelrol speelt in dit uitzonderlijke PPS-project en dat we als industriële partner op lange termijn een actieve bijdrage kunnen leveren aan duurzame en innovatieve oplossingen voor Aquafin. BESIX beschikt over tientallen jaren ervaring in publiek-private samenwerkingen voor complexe infrastructuur- en milieuprojecten. Onze groep beheerst het volledige traject, van ontwerp en bouw tot financiering, exploitatie en onderhoud. Dit in nauwe samenwerking met Indaver, dat binnen dit project de expertise rond afvalverwerking en energievalorisatie aanbrengt. Deze realisatie sluit naadloos aan bij onze internationale ervaring met industriële installaties van vergelijkbare of grotere schaal. Dankzij onze multidisciplinaire expertise kunnen we onze brede kennis op het vlak van projectfinanciering, engineering, milieutechnologie, bouw en operationeel beheer optimaal inzetten.”
BESIX Group werpt deze dagen al zijn bouwkundige expertise in de schaal om de realisatie van de nieuwe slibmonoverwerkingsinstallatie tot een goed einde te brengen. “Het complex omvat onder meer een kantoorgedeelte, een tipping hall, een bunker voor het ontwaterd slib en een process hall met aanpalende technische lokalen”, legt Koen Van Lerberghe uit. “We bouwen de fabriek hoofdzakelijk op uit beton, met naast een groot aandeel prefab ook een geavanceerde glijbekistingsoperatie voor de monolithische slibbunker, die 40 meter hoog is. Vooral de rechthoekige vorm van de bunker en de afnemende dikte van de wanden in de hoogte – van 1 meter dik aan de basis tot 20 centimeter dik bovenaan – maakten het behoorlijk specifiek. Twintig dagen lang hebben we er 24/24 aan gewerkt, inclusief drie momenten van tijdelijke stilstand om de bekisting aan te passen. De procesinstallatie – met onder meer de oven en de uit de kluiten gewassen rookgasreiniging – wordt binnenkort ook nog overkapt met een staalstructuur.”

Op 25 februari weerklonk het symbolische startschot voor de werken. De totale bouwtermijn bedraagt 26 maanden, inclusief een uitgebreide commissioningfase. “Een zeer uitdagende timing, want dit impliceert dat we de eigenlijke bouwwerken in circa achttien maanden tijd moeten uitvoeren”, geeft Koen Van Lerberghe aan. “Om dit mogelijk te maken, tekenden we een uiterst doordachte fasering uit op basis van uitgekiende uitvoeringsplannen, waarbij we in detail aangeven wie wanneer in welke zone aan het werk is, zodat iedereen zo snel en efficiënt mogelijk kan handelen. Daarnaast volgen we alle werfactiviteiten minutieus op aan de hand van een leanplanning en stroomlijnen we de verschillende werkzaamheden via één gezamenlijk BIM-model om te anticiperen op eventuele clashes of problemen. Naast de strakke timing en de complexe coördinatie vormt ook het compacte karakter van de bouwsite een uitdaging, vermits er amper sprake is van opslagruimte of uitwijkmogelijkheden. Alle leveringen gebeuren dus just in time.”
Voorlopig zit BESIX Group perfect op schema. “Voor de zomer hebben we de slibbunker en het gros van de process hall simultaan opgetrokken. In oktober hebben we enkele grote hijsoperaties uitgevoerd met behulp van een 700 tonskraan om omvangrijk technisch materieel op zijn plaats te tillen (waaronder de twee slibkranen in de slibbunker) en op dit moment zijn we de staalstructuur rond de process hall aan het bouwen. Volgend jaar is het zaak om alle puzzelstukken met elkaar te verbinden via de laatste constructieve werkzaamheden, het aanbrengen van de nodige bekabeling en leidingwerk, het aanleggen van alle verharding op de site enzovoort”, verduidelijkt Koen Van Lerberghe. “Als alles goed gaat, zullen we eind 2026 klaar zijn. Hoe dan ook is dit een uniek project. DBFMO wordt vaak toegepast in infrastructuurwerken, maar zeker de combinatie met het operationele luik – lees: twintig jaar exploitatie en onderhoud – is wel bijzonder voor een dergelijk fabrieksgebouw. In combinatie met de ecologische insteek, waarmee we ons steentje bijdragen aan een forse reductie van de CO2-uitstoot, is dit een topreferentie om trots op te zijn.”