Een groot deel van de Europese bevolking woont in steden en deze trend zal zich alleen maar verder doorzetten, gedreven door een onvermijdelijke verdichting als we onbebouwde ruimtes die essentieel zijn voor onze gezondheid willen vrijwaren. Tegelijkertijd speelt de bouwsector een cruciale rol in de ecologische transitie, gezien zijn aandeel in het verbruik van fossiele brandstoffen en de productie van afval. Onze gebouwen vergen veel grondstoffen, zowel bij ontwerp als bij gebruik. De architect kan – samen met alle andere partijen die betrokken zijn bij het project – een sleutelrol spelen bij het afwegen van de vele duurzaamheidsaspecten per project, op zoek naar de gulden middenweg tussen langetermijnambities en financiële doelstellingen.
Elk project is anders. Het komt er voor de architect dus op aan om, in overleg met alle partijen, een visie uit te werken in functie van de specifieke uitdagingen van het project. Een holistische duurzaamheidsbenadering is noodzakelijk als hij een positieve impact wil hebben op het milieu.
Het is moeilijk om op een ‘maximale’ manier te beantwoorden aan alle duurzame doelstellingen, of het nu gaat om energieprestaties, rationeel ruimtegebruik, mobiliteit, biodiversiteit, materiaalkeuze … Al deze parameters moeten geoptimaliseerd worden op basis van een globale projectanalyse, wat bijzonder complex is, ook al bestaan er zeer nuttige hulpmiddelen voor (de GRO, een tool voor de evaluatie van duurzaamheid en circulariteit, wordt volop ontwikkeld om het gebruik ervan in de drie gewesten van ons land mogelijk te maken).
Op basis van een volledige analyse van het gebouw in zijn stedelijke context moeten in de ontwerpfase de juiste keuzes worden gemaakt om duurzaam te kunnen bouwen met oog voor de algemene samenhang. Het volstaat vooral niet om het project een ‘groen’ imago te geven! Voor mij is duurzaamheid tegenwoordig essentieel voor elk kwalitatief hoogstaand architecturaal ontwerp. En de uitvoering ervan vereist grondig vakwerk.
Als architecten, maar ook als burgers, moeten we de relatie tussen de bebouwde omgeving en de open ruimte herdenken. Door stedelijke kernen te verdichten, gebouwen hoger te maken enzovoort ontstaan nieuwe mogelijkheden voor de kwaliteit van het landschap en stedelijke ruimtes die iedereen ten goede komen.
In dit complexe ecosysteem bestaan geen kant-en-klare oplossingen. Elk project verdient een globale en niet-dogmatische duurzaamheidsbenadering. Er is geen plaats meer voor een traditionele aanpak en er is nood aan een mentaliteitswijziging. Dit moet sterk gestimuleerd worden door de overheid.
De architect is op zijn beurt goed geplaatst om een optimaal evenwicht te vinden tussen de ambities van sommigen en de belangen van anderen.
Salima Kuen,
Architect-vennoot bij assar architects