Een projectmanagementteam van een vijftiental personen, tot wel vierhonderd mensen die simultaan aan het werk waren op de bouwplaats, betonwerkzaamheden op acht verschillende niveaus onder een imposant glazen dak, tientallen kleinere werfzones … Het mag duidelijk zijn: de realisatie van de grootste tropische serre ter wereld had heel wat voeten in de aarde en vergde een intensieve voorbereiding, nauwe betrokkenheid en een piekfijne coördinatie tussen alle betrokken partijen. Samen met hoofdaannemers Dherte, CIT Blaton en BPC Group, die de krachten bundelden en vol enthousiasme aan de slag gingen, blikken we terug op een uitermate complex project dat uniek is in zijn soort en maar liefst drie jaar in beslag nam.
Oorspronkelijk behelsde de opdracht van de tijdelijke maatschap tussen de drie hoofdaannemers de uitvoering van de volledige ruwbouw, met inbegrip van hotelkamers (waarvan sommige onder water liggen of in rotswanden geïntegreerd zijn), ontvangstruimtes (restaurants, terrassen, lobby en publieke zones), technische ruimtes voor de gesofisticeerde installaties en het beheer van de dieren, bassins voor verschillende diersoorten (haaien, zeekoeien…) en een rivier die het gebouw doorkruist, evenals talrijke ondergrondse constructies en de omsluitingsmuur die de serre ondersteunt.
In volle uitvoeringsfase kreeg de TM echter nog een aanvullende opdracht toevertrouwd, met name de coördinatie van de loten speciale technieken en afwerking. Voor bepaalde loten en specifieke afwerkingen (grondwerken, beplanting, waterdichting van de bassins, kunstrotsen, inrichting van de verblijven …) bleef Pairi Daiza zelf verantwoordelijk, waarbij de desbetreffende vaklui werden aangestuurd door technisch directeur Jérémy Lannoy en zijn teams. Deze ‘dubbele coördinatie’ vereiste intensief overleg, met name omtrent het vrijmaken van de werkzones en het beheer van de toegangen voor de finale inrichting (bodembedekking, verlichting …).

Het glazen dak werd als eerste geplaatst, in vierkante modules van 2500 m² (vlakken van 50 x 50 meter), waardoor de binnenwerkzaamheden al vroeg konden starten, zonder te hoeven wachten tot de overkapping volledig voltooid was. Christophe Cardinael, CEO bij Dherte, dat al lang een vertrouwde partner is van Pairi Daiza: “We konden het ons niet veroorloven om te wachten tot de glazen overkapping volledig was geplaatst om met de werkzaamheden te beginnen. Vlak per vlak hebben we de funderingen en de lagere delen van het aan te leggen landschap gerealiseerd, totdat de onderliggende werfzone helemaal vrij was.”
De vrije hoogte van circa 20 meter en de gelaagde opbouw met wel acht verschillende niveaus maakten het gebruik van mobiele kranen met een beperkte gieklengte noodzakelijk. Aangezien deze langzamer zijn dan een torenkraan, vereiste dit een strakke planning. Het beheer van het machineverkeer op de bouwplaats werd steeds complexer naarmate de 4 hectare grote serre vorm kreeg: stabilisatie van de toegangswegen, het vermijden van kwetsbare zones zoals reeds gestorte bassins of bepaalde aanplantingen, gelijktijdige werkzaamheden …
Cédric Vande Moortele (BPC Group), projectmanager van de TM: “Een medewerkster van onze afdeling Methodes en Planning stond dagelijks aan de zijde van onze werfteams om deze organisatorische en logistieke complexiteit op het terrein in goede banen te leiden. Een goed beheer van de toegangswegen en opslagzones was cruciaal, inclusief tijdelijke opritten die dagelijks werden aangelegd en weer verwijderd om de circulatie van de benodigde machines en leveringen mogelijk te maken, en dit tot de laatste week van de uitvoeringsperiode. Het succes van deze delicate operatie hing uiteraard af van de volledige toewijding van de betrokken teams, en die was zeker aanwezig.”


Éric Doff-Sotta, CEO bij CIT Blaton, dat na de realisatie van The Land of the Cold niet aan zijn proefstuk toe was voor Pairi Daiza: “Het Edenya-project was uitermate complex, met name vanwege de natuurlijke vormen die moesten worden nagebootst. Veel structuren, zoals de grotten, zijn niet bepaald klassiek te noemen, waardoor er atypische bekistingen en wapeningen moesten worden ontworpen. Dit gebeurde in eerste instantie door de werfleiders zelf, waarna de betrokken ingenieurs alles valideerden.”
De organische vormgeving en het gebrek aan repetitiviteit beperkten bovendien het mogelijke gebruik van prefab, vooral in de zones die zichtbaar zijn voor het publiek. Het project omvat tevens een ‘verborgen’ gedeelte dat bijna even groot is als de zichtbare oppervlakte, met imposante technische installaties voor de verzorging van de dieren, de klimaatregeling, de ventilatie en het waterbeheer.
Het project was eveneens dynamisch te noemen omdat het zich in real time ontwikkelde, met regelmatige aanpassingen aan het ontwerp, wat van de werfteams de nodige reactiviteit en flexibiliteit vergde. Dankzij dagelijks overleg met Pairi Daiza en de andere betrokken partijen konden de planningen waar nodig bijgestuurd worden en konden potentiële problemen vermeden worden.

De bouwtechnische en logistiek-organisatorische complexiteit die de realisatie van Edenya met zich meebracht vormde een gigantische uitdaging, maar tegelijkertijd ook een bron van motivatie en trots. Projectleiders, werfpersoneel, machinebestuurders …: iedereen legde de nodige inventiviteit, teamgeest en professionaliteit aan de dag om dit iconische project tot een goed einde te brengen. De drie hoofdaannemers bundelden hun materiële en menselijke krachten, met de complementariteit van de betrokken werknemers als sleutel tot succes. “De samenwerking verliep prima en werd op moeilijkere momenten zelfs nog sterker, waardoor we op termijn één grote familie vormden. We kunnen dan ook met recht en reden terugblikken op een bijzonder geslaagd uitvoeringstraject”, besluit Christophe Cardinael.
