Wat als een deel van onze CO2-uitstoot niet alleen vermeden, maar ook vastgelegd kon worden in de materialen waarmee we bouwen? Dat klinkt futuristisch, maar het principe is minder vreemd dan het lijkt. Materialen zoals marmer en blauwe hardsteen bestaan grotendeels uit calciumcarbonaat: koolstof die al miljoenen jaren in minerale vorm is opgeslagen en waarvan de duurzaamheid zich al eeuwenlang bewijst in gebouwen, vloeren, gevels en monumenten. Minerale carbonatatie vertrekt van een vergelijkbare logica, maar versnelt ze technologisch: CO2 reageert met minerale stromen en wordt omgezet in stabiele carbonaten.
Voor de bouwsector is dat bijzonder relevant. We staan voor een dubbele uitdaging: enerzijds sneller en betaalbaarder bouwen, renoveren en infrastructuur vernieuwen, anderzijds de materiaalgebonden CO2-uitstoot drastisch verlagen. Vooral cement blijft daarbij een kritische schakel. Beton is robuust, betaalbaar en breed toepasbaar, maar de productie van cement gaat gepaard met aanzienlijke CO2-emissies. De oplossing zal daarom niet liggen in één wondertechnologie, maar in een combinatie van slimmer ontwerpen, meer hergebruik, nieuwe cementvervangers en innovatieve productieprocessen.
Minerale carbonatatie past precies in die bredere aanpak. Het bijzondere is dat CO2 daarbij niet alleen wordt vastgelegd. De reactie draagt ook bij aan sterkteontwikkeling en kan materiaaleigenschappen verbeteren. CO2 wordt zo niet langer enkel gezien als een afvalstroom die moet worden vermeden of opgeslagen, maar ook als een procescomponent voor nieuwe bouwmaterialen.
Carbstone toont vandaag al hoe tastbaar die belofte kan zijn. In deze technologie worden staalslakken via carbonatatie omgezet in cementvrije bouwstenen: een concreet voorbeeld van hoe industriële reststromen en CO2 samen kunnen worden opgewaardeerd tot een bouwproduct. Maar minerale carbonatatie reikt verder dan bouwstenen alleen. Ook fijne minerale fracties uit betonrecyclage kunnen via carbonatatie worden opgewaardeerd tot nieuwe cementvervangers. In een context waarin het aanbod van klassieke cementvervangers zoals vliegas onder druk staat, kan dit bijdragen aan nieuwe grondstoffen voor beton, prefabproducten en andere cementgebonden toepassingen.
Voor Vlaanderen liggen hier duidelijke kansen. Onze regio beschikt over een dicht netwerk van bouwbedrijven, materiaalproducenten, logistieke knooppunten, industriële reststromen en kennisinstellingen. Dat maakt het mogelijk om lokale waardeketens op te bouwen rond CO2, minerale reststromen en bouwmaterialen.
Toch moeten we realistisch blijven. Minerale carbonatatie is geen wonderoplossing. Niet elke minerale stroom is geschikt en niet elke toepassing is vandaag al marktrijp. Grondstoffen, procescondities, CO2-bron, materiaalprestaties, normering en certificatie moeten allemaal kloppen. De technologie is vandaag het meest concreet inzetbaar voor kleine prefabproducten zoals holle blokken, gevelstenen of klinkers. De volgende stap is om ook bredere toepassingen mogelijk te maken, met aandacht voor grondstofkwaliteit, procescontrole, materiaalprestaties, normering en certificatie.
Maar net daarom verdient deze technologie meer aandacht. Ze toont hoe CO2, minerale reststromen en bouwproducten deel kunnen worden van dezelfde oplossing: minder uitstoot, meer circulariteit en een sterkere lokale materiaalbasis. De echte uitdaging is nu om minerale carbonatatie uit de niche te halen en de plaats te geven waar ze thuishoort: in bestekken, normen, investeringsplannen en uiteindelijk op de werf.
Mieke Quaghebeur, Expert Sustainable Materials en Manager bij VITO De Pen wordt doorgegeven aan Hilde Caerens, Projectleider Duurzame Bouwmaterialen bij Colruyt Group Real Estate.