Tijdens de recentste editie van Inspired by WOOD, in de gebouwen van Fedustria, bracht WOOD.BE opnieuw professionals uit de hout- en bouwsector samen. De studiedag was opgebouwd rond het thema Building the future: IMPACT met houtbouw. Via inzichten uit onderzoek, praktijkcases en een panelgesprek werd duidelijk dat de transitie naar sneller, duurzamer en slimmer bouwen al volop bezig is. De conclusie van de dag: hout en bouwindustrialisatie vormen samen een krachtige hefboom richting de toekomst.
De bouwsector staat onder druk door toenemende duurzaamheidsvereisten, economische uitdagingen en een groeiende vraag naar betaalbare woningen. Tegelijk liggen er mooie kansen om het anders aan te pakken. Die nieuwe aanpak vertrekt vanuit een duidelijke shift: van traditioneel, gefragmenteerd bouwen naar een meer gecontroleerde, industriële en circulaire manier van werken, met meer systeemdenken en samenwerking in de keten.


Een eerste inspirerende invalshoek kwam van Katja De Vos (Fedustria), die het onderzoek ‘Ons brein houdt van hout’
toelichtte. Via fMRI-scans werd nagegaan hoe mensen reageren op verschillende materialen in uiteenlopende omgevingen. De resultaten tonen een opvallend consistent beeld. Hout heeft een duidelijke positieve impact op het welzijn: in woningen creëert het een gevoel van veiligheid en verbondenheid, in kantoren stimuleert het creativiteit en vertrouwen. In klaslokalen verlaagt hout stress en verhoogt het zelfvertrouwen, terwijl het in zorgomgevingen sociale interactie en rust versterkt. “Ons brein reageert aantoonbaar anders op hout dan op andere materialen”, stelde De Vos. Haar boodschap is helder: materiaalkeuze doet ertoe. Neuro- architectuur biedt concrete handvatten om gebouwen zowel functioneel als mensgericht te ontwerpen.
In het theoretische luik schetste Hans Verboven (Sustacon / Universiteit Antwerpen) de grote lijnen van de transitie. De klassieke bouwsector kampt met structurele problemen, waaronder complexe logistiek, versnipperde communicatie en faalkosten die soms oplopen tot wel 20 %. Voeg daar strengere regelgeving, duurzaamheidsdruk en economische onzekerheid aan toe, en het is duidelijk dat verandering onvermijdelijk is. “Het is geen perfecte storm die op ons afkomt, maar een regelrechte orkaan”, klonk het.
Bouwindustrialisatie biedt volgens hem een antwoord. “We moeten naar een manier van bouwen met meer controle en minder verrassingen. Dat betekent: meer controle over het proces, lagere faalkosten, kortere doorlooptijden, betere veiligheid en voorspelbaarheid, en een efficiënter energiegebruik.” Offsite bouwen speelt daarin een sleutelrol. “Door productie te verplaatsen naar een gecontroleerde fabrieksomgeving verschuif je de complexiteit van de werf naar een beheersbare context.”

Volgens Verboven is hout het ideale materiaal om deze evolutie te ondersteunen. “Hout combineert snelheid, precisie en een hoge mate van documenteerbaarheid, wat het bijzonder geschikt maakt voor industriële bouwprocessen.” Tegelijk biedt het sterke troeven op het vlak van circulariteit. Hij benadrukte daarbij het belang van een pragmatische benadering. “Het gaat om het totaal- plaatje. Hybride bouwvormen, met combinaties van hout, beton en staal, blijven relevant om tot de beste oplossing te komen. Een volledige levenscyclusanalyse (LCA) vormt daarbij de basis om de meest duurzame keuzes te maken.”
Ook de Europese taxonomie versnelt deze beweging. Ze legt de lat hoger op het vlak van CO2-reductie, circulariteit en documentatie. “Wie inzet op modulaire systemen, BIM en materialenpaspoorten creëert zo duurzame gebouwen met een duidelijke economische meerwaarde.”
Bob Geldermans (head of research & innovation) en Robbe Celis (research & innovation expert), beiden van WOOD.BE, vertaalden deze inzichten naar de praktijk met een vergelijking tussen traditionele en prefab bouwmethodes.
Bij traditioneel bouwen verloopt het proces lineair en gefragmenteerd, van aannemer naar aannemer en van fundering tot afwerking, met veel ruimte voor improvisatie en bijhorende risico’s. Prefab bouwen verloopt, hoewel nog steeds grotendeels lineair, veel gecontroleerder en koppelt ontwerp en uitvoering sterker aan elkaar. “Je verschuift een groot deel van de onzekerheid naar een fase waarin je die kan beheersen”, aldus Robbe Celis. “Het ontwerpproces vraagt dan wel meer voorbereiding, de uitvoering verloopt sneller en efficiënter.”
Tegelijk bleven de experts realistisch. “In de Belgische context, met een sterke renovatiemarkt, vraagt elk project een eigen aanpak. Een hybride werkwijze, met onsite waar nodig en offsite waar mogelijk, vormt daarbij vaak de meest aangewezen oplossing.”

Dat de theorie uit het eerste deel van de namiddag al concreet wordt toegepast, bleek uit twee praktijkcases.
Eerst denken, dan doen

Kristof de Jaeger (InHout/Mobble) schetste hoe modulaire houtbouw inspeelt op de uitdagingen van vandaag. De bouwsector is volgens internationale studies nog altijd verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de CO2-uitstoot, ruim 40 %, terwijl de manier van bouwen de voorbije decennia nauwelijks is veranderd. “We bouwen nog te vaak zoals in de jaren negentig, terwijl de oplossingen er al jaren zijn”, stelt de Jaeger. “Modulair bouwen mag niet als toekomstmuziekje afgeschilderd worden. Het gebeurt nu al en dat is broodnodig.”
De sleutel ligt in een andere aanpak van het proces. Vanaf de start in een bouwteam werken, waarin bouwheer, architect en aannemer samen beslissingen nemen. Alle keuzes worden vooraf goed doordacht en vastgelegd, waarna de uitvoering volgt in een gecontroleerde omgeving. “Eerst denken, dan doen. Dat vraagt meer inspanning in het begin, maar levert achteraf enorme winst op in tijd, kwaliteit en voorspelbaarheid.”
Hoewel elk project op maat wordt uitgewerkt, verloopt de opbouw grotendeels gestandaardiseerd. Dat leidt tot efficiëntie zonder in te boeten aan flexibiliteit. Een sprekend voorbeeld is hun inschuifhuis: een modulaire rijwoning die een bestaande, niet-renoveerbare woning vervangt. Dankzij een doorgedreven voorbereiding – van 3D-scan tot sloopinventaris en ontwerp – realiseert Mobble zo’n woning in amper zeven weken, inclusief afwerking. In vergelijking met traditionele bouwmethodes betekent dit tot negen maanden tijdswinst.
Afstappen van prototypedenken
Ook Daan Peeters (Machiels Building Solutions) illustreerde hoe industrialisatie de bouw kan versnellen, onder meer in de sociale woningbouw. In een
Design & Build-project
voor Ter Dauten in Diepenbeek gebruikte het team een groeiende elementenbibliotheek met gestandaardiseerde bouwcomponenten die telkens opnieuw ingezet en verfijnd kunnen worden. Peeters: “We moeten af van het idee dat elk project een prototype is. Door te werken met herbruikbare elementen leer je bij elk project bij en boek je steeds meer efficiëntiewinst.”
Die aanpak vertaalt zich in sterke resultaten. Voor een residentieel project werd een doorlooptijd van ongeveer drie maanden gehaald. “Alles wordt vooraf uitgeklaard. Daardoor kunnen we sneller schakelen en vermijden we verrassingen op de werf.”
Daarnaast speelt ook duurzaamheid een belangrijke rol. Door te werken met hout als lokaal en regeneratief materiaal, door faalkosten te beperken en door processen te optimaliseren, daalt de ecologische impact aanzienlijk. “Snelheid, kwaliteit, duurzaamheid en betaalbaarheid zijn geen tegenstellingen. Als je het proces goed organiseert, gaan ze hand in hand.”

Het afsluitende panelgesprek bracht verschillende schakels uit de waardeketen samen rond één conclusie: offsite houtbouw versnelt de sector en tilt tegelijk kwaliteit en duurzaamheid naar een hoger niveau. Projecten met doorlooptijden van ongeveer drie maanden tonen aan dat die snelheid nu al haalbaar is, op voorwaarde van een sterk voortraject, duidelijke keuzes en nauwe samenwerking. Door te werken met gestandaardiseerde elementen en een groeiende bibliotheek van oplossingen ontstaat een leerproces dat bij elk project efficiëntiewinsten oplevert. Die versnelling heeft ook een economische impact: gebouwen komen sneller op de markt, wat hun inzetbaarheid en waarde verhoogt.
Tegelijk blijven comfort en technische prestaties op hoog niveau dankzij een doorgedreven beheersing van processen en een geïntegreerde aanpak van ontwerp en uitvo

ering. Standaardisatie en architecturale vrijheid versterken elkaar binnen modulaire systemen die variatie en maatwerk mogelijk maken. Ook op het vlak van duurzaamheid worden stappen gezet, met certificering als basis en een groeiende aandacht voor hergebruik en lokale, regeneratieve materialen. Met het oog op toekomstige uitdagingen, zoals renovatie en verdichting, groeit het belang van aanpasbare en modulaire bouwconcepten. De hefbomen zijn aanwezig, verdere opschaling vormt de volgende stap.
In zijn slotwoord riep Chris De Roock, general manager bij WOOD.BE, op om die inzichten om te zetten in actie. Want Inspired by WOOD wil inspireren en tegelijk activeren. Met een open uitnodiging naar het publiek sloot hij af: welke thema’s verdienen een plaats op de volgende editie en welke uitdagingen pakken we samen aan? Laat het WOOD.BE weten.
Deze editie van Inspired by WOOD werd georganiseerd in het kader van het #industriepartnerschap met de steun van VLAIO. In samenwerking met Machiels Building Solutions, Fedustria, Forster, Reynaers Aluminium & Sto NV.