Met zijn ervaring als architect en passie voor duurzaamheid ondersteunde Steven Van Esser, Transition Manager bij Stad Hasselt, de opmaak van een langetermijnplan voor het patrimonium van meer dan driehonderd gebouwen. Vandaag ondersteunt hij bij VEB andere lokale besturen bij het ontwikkelen van een effectief energie- en vastgoedbeleid. In dit artikel deelt hij zes praktische tips voor zij die werk willen maken van de energietransitie, zonder te verdwalen in de bijbehorende complexiteit.
Wetgeving, normen en rapporteringsverplichtingen: ze zijn er en ze zijn belangrijk. Maar ze mogen de start van je traject niet belemmeren. Volgens Steven Van Esser staren lokale besturen zich vandaag vaak blind op regelgeving, waardoor de plannen in de koelkast blijven liggen. “We moeten af van het idee dat je eerst alles moet weten of plannen tot in de puntjes moet uitwerken. Wie blijft wachten, geraakt niet vooruit”, zegt hij.
“In plaats van te streven naar perfectie is het verstandiger om te vertrekken vanuit de praktijk: waar zitten vandaag je grootste energieverliezen? Welke gebouwen vragen het meeste onderhoud? Wat leeft er bij je medewerkers? Zo’n insteek maakt het verhaal niet alleen werkbaarder, maar verhoogt ook het draagvlak binnen de organisatie.”
Een gebouw hoeft niet voor één functie gebouwd of behouden te worden. Net zoals medewerkers vaak meerdere rollen combineren, moeten ook patrimonium en teams flexibel ingezet kunnen worden. “Multi-inzetbaarheid is essentieel als je middelen beperkt zijn. Een gebouw dat overdag dienstdoet als vergaderzaal en ‘s avonds voor jeugdwerking wordt veel efficiënter benut”, licht Steven Van Esser toe.
“Die kruisbestuiving geldt overigens ook voor teams: de technische dienst, de duurzaamheidscel en de beleidsmakers moeten niet naast elkaar werken, maar mét elkaar. Door bruggen te bouwen tussen diensten creëer je inzicht, samenwerking en een duurzamer totaalverhaal.”
De verleiding is groot om het volledige patrimonium in kaart te brengen en te willen aanpakken. Maar dat leidt vaak tot verlamming. “In Hasselt bleek dat 10 % van de gebouwen verantwoordelijk was voor 80 % van de uitstoot”, vertelt Steven Van Esser. “Door daarop te focussen, konden we snel resultaat boeken.”
“Door je middelen en aandacht dus te richten op de gebouwen met het grootste energieverbruik of de grootste strategische waarde verhoog je je slagkracht. Bovendien laat deze aanpak je toe om ervaring op te doen en dat succesverhaal nadien breder te vertalen.”
Steven Van Esser waarschuwt voor een veelgemaakte fout: een energiebeleid dat enkel leeft binnen de technische of duurzaamheidsdienst. Voor échte verandering is echter breedgedragen betrokkenheid nodig, zowel horizontaal als verticaal. “Niet top-down, maar doorheen de volledige organisatie. Van poetsdienst tot gebouwbeheerder, van financieel directeur tot schepen: iedereen moet zich mee eigenaar voelen”, benadrukt hij.
“Laat medewerkers dus mee nadenken over wat werkt, waar knelpunten zitten en hoe het anders kan. Zo ontstaat ambassadeurschap en wordt de energietransitie niet ‘iets extra’, maar deel van het dagelijkse werk.
Veel besturen zijn bang om fouten te maken. En dat is niet onlogisch. Maar de realiteit is: niet alles lukt in één keer. En dat hoeft ook niet. “Het proces is minstens even belangrijk als het resultaat. Door te starten, leer je. Door te proberen, ontdek je wat werkt”, aldus Steven Van Esser.
“Bovendien bouw je interne kennis op. Die kennisborging is cruciaal: het maakt je organisatie weerbaarder en sterker, ook in de volgende legislatuur.”
De grootste energiewinsten boek je niet per se door gebouwen te isoleren, maar door je patrimonium fundamenteel in vraag te durven stellen. Is elk gebouw nog nodig? Sluit de functie ervan nog aan bij de behoeften van ons huidig lokaal bestuur? “Te vaak vertrekken we vanuit de gebouwen. Maar eigenlijk moet je je eerst afvragen: waarvoor hebben we dit gebouw nodig? En past het nog bij hoe we als stad of gemeente willen werken?” zegt Steven Van Esser.
“Door vanuit functionaliteit te denken – eerder dan vanuit behoud – vermijd je onnodige renovaties of investeringen. Misschien volstaat een andere invulling of een gedeelde locatie. Dat is vaak goedkoper, energie-efficiënter én maatschappelijk relevanter.”
Neem dan rechtstreeks contact op met Vlaams Energiebedrijf.
Contact opnemen