… ondanks uitdagingen
Tijdens het rondetafelgesprek “De toekomst van aluminium schrijnwerk en gevelbouw” van de Federatie Aluminium Constructeurs (FAC) in Gent (Polyclose, Flanders Expo) ging de sector in gesprek over haar toekomst.
Vertegenwoordigers uit de industrie, de architectuurwereld en belangenorganisaties bogen zich over marktontwikkelingen, duurzaamheid en innovatie. De conclusie was helder: de sector staat voor stevige uitdagingen, maar beschikt tegelijk over sterke structurele troeven.

De bouwsector bevindt zich in woelig vaarwater. Vooral de woningbouw kent al enkele jaren een terugval, onder meer door de vergunningenproblematiek en de nasleep van de energiecrisis. “Sinds corona en de energiecrisis gaat het niet goed met de bouw in het algemeen”, klonk het bij Caroline Deiteren – directeur-generaal Embuild Vlaanderen. “Zeker de woningbouw zit al een tijd in dalende lijn. Het aantal vergunningsaanvragen staan op een nooit gezien dieptepunt. En dat komt gedeeltelijk omdat het traject exponentieel langer duurt dan enkele jaren geleden.”
Toch was het gesprek allesbehalve doemdenkerij. In verschillende niches blijft activiteit mogelijk, vooral bij bedrijven die flexibel inspelen op de markt en inzetten op kwaliteit. Renovatie biedt daarbij kansen, al blijft het groeiritme volgens de panelleden te beperkt. “Als je kijkt naar de uitdagingen waar we voor staan, zou renovatie eigenlijk veel sterker moeten groeien”, aldus Deiteren.
Op langere termijn is de nood aan bouwen en renoveren onmiskenbaar. Vlaanderen staat voor een grote woonopgave, met een verouderd woningbestand én strengere energie-eisen. “Op een bepaald moment gaat die bal opnieuw aan het rollen”, stelde Emmanuel Grégoire – managing director Aluprof Belgium. “De toekomst van de bouw ziet er fundamenteel goed uit, omdat de noden er simpelweg zijn. Ik zie 2024 als een malaise-jaar, 2025 als een crisisjaar en 2026 als een transitiejaar naar 2027.”

Naast het volume staat ook de rendabiliteit onder druk. Prijsconcurrentie, stijgende kosten en personeelsschaarste wegen zwaar op de sector. “Het probleem is vandaag niet het aantal projecten, maar de bottomline”, zei Grégoire. “Er zijn spelers die de prijs te hard onder druk zetten, en dat eist zijn tol.”
In die context groeit het besef dat schaalvergroting en samenwerking noodzakelijk zijn. De keten evolueert van losse schakels naar nauwere partnerschappen tussen systeemhuizen, extrudeurs, verwerkers en ontwerpers. Samenwerken is geen nice-to-have meer, het is een voorwaarde om toekomstbestendig te blijven.
Digitalisering speelt daarin een sleutelrol. BIM werd herhaaldelijk aangehaald als hefboom om efficiëntie te verhogen en faalkosten te beperken. “BIM is geen marketinginstrument”, klonk het bij John Eyers – CEO Jaspers-Eyers Architects. “Het moet doorgetrokken worden doorheen de volledige keten.” Tegelijk werd erkend dat de praktijk weerbarstig blijft en dat échte ketenintegratie vaak nog ontbreekt.


Het tweede luik van de rondetafel focuste op duurzaamheid en circulariteit, domeinen waarin aluminium traditioneel sterk staat. Het materiaal is quasi oneindig recycleerbaar en vraagt bij recyclage slechts vijf procent van de energie van primair aluminium. “Dat is een gigantische energiewinst”, werd algemeen benadrukt.
Toch waarschuwden de sprekers voor een te enge focus op recyclage alleen. “Circulariteit is meer dan enkel recycleren”, klonk het bij hendrik Claes – QESH manager E-MAX. “Het begint bij ontwerp: reduce, re-use en pas dan recycle.” Ontmantelbaarheid, hergebruik en levensduurverlenging zijn minstens even belangrijk.
Daarnaast is de beschikbaarheid van gerecycleerd aluminium vandaag nog vrij beperkt. “Gemiddeld is slechts zo’n 40 procent van de vraag ingevuld met post-consumer aluminium”, werd aangehaald door Kurt Van den Bergh – technical manager Reynaers Aluminium Benelux. Ambities moeten daarom realistisch blijven en rekening houden met het globale klimaatplaatje.
Transparantie naar de buitenwereld, maar zeker ook tussen de verschillende actoren in de sector, kwam daarbij nadrukkelijk naar voren als onderscheidende factor. “Bij aluminium kan je alles objectiveren en traceren”, benadrukte Danny Decaluwaert – projectmanager SAPA bij Hydro Building Systems. “Die data zijn verifieerbaar en gecontroleerd door derden. Dat is essentieel om geloofwaardig over duurzaamheid te communiceren.”
In het slotdebat verschoof de focus naar innovatie en toekomstvisie. Daarbij ging het niet alleen over nieuwe producten, maar vooral over processen. “De bouwsector is nog altijd een van de minst gedigitaliseerde en geïndustrialiseerde sectoren”, zei Joep Römgens – head of service, marketing & productmanagement Schüco Benelux. “Dat maakt ons kwetsbaar.”
Industrialisering, prefabricatie en modulaire bouwmethodes werden genoemd als noodzakelijke antwoorden op de structurele arbeidskrapte. Tegelijk klonk ook een oproep tot meer zelfvertrouwen. “We onderschatten vaak hoe sterk we in Europa staan”, stelde Eyers. “Op vlak van bouwkwaliteit en innovatie lopen we voorop.”

De FAC-rondetafel maakte duidelijk dat de aluminiumsector zich op een kantelpunt bevindt. De uitdagingen zijn aanzienlijk, maar wie inzet op samenwerking, digitalisering en een brede invulling van duurzaamheid, kan niet alleen overeind blijven, maar mee richting geven aan het bouwlandschap van morgen.
‘We onderschatten vaak hoe sterk we in Europa staan’