Platform voor de bouw

Hoe bedrijven hun energiekosten onder controle houden: de rol van zonnepanelen, batterijen en duurzame gebouwen

Geopolitieke spanningen, stijgende energieprijzen en strengere regelgeving zetten bedrijven aan om anders naar hun energieverbruik en gebouwen te kijken. Maar welke investeringen leveren vandaag echt rendement op? In deze aflevering van de Bouwen aan Vlaanderen-podcast gaan Björn Crul, Wim Eelen (CEO divisie Energie bij Argona) en Bart Vanrutten (CEO divisie Daken bij Argona) in op de impact van zonnepanelen, batterijopslag, dakrenovaties, laadinfrastructuur en energiemanagement. Ze bespreken hoe bedrijven hun energiekosten kunnen beheersen, zich beter wapenen tegen netcongestie en tegelijk hun gebouwen toekomstbestendig maken.

Transcriptie

[00:00] Introductie van het gesprek en voorstelling van de gasten

Björn Crul: Dag luisteraars en welkom in deze nieuwe Bouwen aan Vlaanderen-podcast. Geopolitieke spanningen, volatiele energieprijzen en striktere regelgeving hebben een impact op hoe bedrijven vandaag kijken naar hun energieverbruik en hun gebouwen. Welke afwegingen maken ze? Waarin willen ze investeren en wat is dan de beste aanpak? Mijn naam is Björn Crul en ik praat daar vandaag over met Wim Eelen, CEO van de divisie Energie bij de bedrijvengroep Argona, en zijn collega Bart Vanrutten, CEO van de divisie Daken. Welkom allebei. Bart, laat ik met jou beginnen. Argona, jullie zijn een groep van zes bedrijven waarvan het oudste al veertig jaar bestaat. Kun je kort even schetsen wat jullie groep vandaag allemaal omvat?

Bart Vanrutten: Argona is eigenlijk een totaalpartner voor het innovatief verduurzamen van gebouwen. We hebben op dit moment veertig jaar expertise in het isoleren en dichten van daken, het plaatsen van zonnepanelen en batterijopslag met slimme sturing en ook een afdeling elektrotechniek, waaronder relighting. We willen dat nog verder uitbreiden naar andere complementaire activiteiten, zodat we de volledige buitenschil – dak en wand – kunnen aanbieden. Een ander voorbeeld zijn middenspanningscabines, omdat die noodzakelijk kunnen zijn bij grote projecten van zonnepanelen en industriële batterijopslag. Eigenlijk is de bedoeling dat we een one-stop-shop worden voor bouwheren die hun gebouwen wensen te verduurzamen, met één aanspreekpunt en één verantwoordelijke.

[01:24] Geopolitieke spanningen en hun impact op investeringen in energie

Björn Crul: Laten we dan eens naar de actualiteit kijken, Wim. Het conflict in het Midden-Oosten. Energie en verduurzaming staan plots weer helemaal bovenaan de prioriteitenlijst van heel wat bedrijven. Merken jullie dat ook bij jullie klanten? En gaat het eigenlijk vooral om de energiekosten op dat moment?

Wim Eelen: Wij merken dat zeker bij onze klanten. Dat type crisis zorgt er altijd voor dat wij een opstoot aan aanvragen en bestellingen krijgen. Enerzijds gaat het over de prijzen, uiteraard, omdat elk bedrijf bezig is met de kosten onder controle te houden. Maar aan de andere kant denk ik dat op dit moment ook het besef doordringt dat het strategisch enorm belangrijk is om een groot stuk van je energiekost los te koppelen van geopolitiek of beslissingen waar je toch niets aan kunt veranderen. Daarvoor zijn investeringen in batterijopslag of een zonnepanelenproject ideaal, omdat je dan een groot stuk van je energiefactuur aan een vaste prijs kunt vastleggen en dus niet meer afhankelijk bent van de grilligheid van de markt.

[02:25] Reacties van particuliere klanten

Björn Crul: Jullie hebben ook particuliere klanten. Hoe reageren die op dit moment?

Wim Eelen: Dat klopt. We hebben een vrij aanzienlijke divisie voor particulieren. Die zijn zeer reactief. Daar merk je heel sterk dat, wanneer er iets gebeurt in de wereld, de mailbox bij wijze van spreken dagelijks vol zit met vragen. Bij bedrijven duurt dat net iets langer. Daar duurt het even voordat dat doorsijpelt in de energiefactuur en dat is vaak de trigger om die zaken vast te pakken en te behandelen.

[02:54] Lessen uit de energiecrisis van 2022–2023

Björn Crul: Het is niet de eerste keer dat we met een energiecrisis geconfronteerd worden. Vier jaar geleden was dat ook al zo, naar aanleiding van de inval van Rusland in Oekraïne. Hebben jullie toen hetzelfde fenomeen gezien, dat er plots meer aandacht naartoe ging?

Wim Eelen: Zeker wel, en zelfs nog extremer, omdat de prijsstijgingen in de energiefactuur toen exponentieel groter waren, zowel voor gas als elektriciteit. We zien nu wel hetzelfde fenomeen, maar in mindere mate. We moeten ook beseffen dat er in 2023 gigantisch veel zonne-installaties zijn geplaatst. Die klanten kunnen natuurlijk maar één keer investeren. De klanten die dat toen al gedaan hebben, hebben vandaag niet meer de ambitie of de nood om opnieuw in een zonnepaneleninstallatie te investeren.

[03:40] Blijvende interesse in verduurzaming

Björn Crul: Zo’n crisis zorgt dus voor een piek in de vraag. Natuurlijk ebt die belangstelling daarna weer weg als de crisis voorbij is. Of kun je toch zeggen dat bedrijven daar stilaan lessen uit trekken?

Wim Eelen: Sowieso ebt dat wel een klein beetje weg, maar de interesse in duurzame producten blijft bestaan, los van een crisis. We moeten ook realistisch zijn: voor de meeste bedrijven is duurzaamheid een beladen woord geworden, maar uiteindelijk telt ook het economische verhaal. Ik denk dat weinig klanten uitsluitend investeren vanuit het duurzaamheidsprincipe, zeker nu het ESG-verhaal vanuit Europa wat afgezwakt is. Meestal wordt er economisch naar gekeken. En dat blijft, crisis of geen crisis, de zekerheid over de energiefactuur blijft altijd een prioriteit voor een bedrijf.

[04:36] Uitgestelde investeringen en de gevolgen voor dakrenovaties

Björn Crul: Die businesscase moet er dus zijn. Bart, wat ik van een aantal kmo-leiders hoor, is dat ze wel willen verduurzamen, maar het op dit moment toch even uitstellen omdat het economisch wat moeilijker gaat. Welke drempels horen jullie bij klanten?

Bart Vanrutten: Als een dak natuurlijk zo lek is als een zeef, dan zal de bouwheer zijn dak nog altijd vernieuwen. Dat is logisch, zelfs in moeilijke economische tijden. Die projecten gaan dus nog steeds door. Wat ik wel opmerk, is dat bouwheren in 2026 toch wat op de rem beginnen te staan om preventief daken te renoveren, wegens het ontbreken van budgetten. Ze laten de situatie eerder evolueren naar vijf na twaalf in plaats van vijf voor twaalf. Dat is wel zeer gevaarlijk.

Björn Crul: Het wordt gevaarlijker en ook duurder, neem ik aan.

Bart Vanrutten: Inderdaad. Daardoor komen we situaties tegen waarbij de renovatie duurder wordt omdat de bouwheer veel te lang gewacht heeft. We kunnen dan niet verder werken op het bestaande dak en moeten delen van het bestaande dak afbreken. Ook de sterk stijgende isolatieprijzen sinds april maken die situatie niet beter. Daardoor zitten we nu soms in de situatie dat een bouwheer een bestelling wil plaatsen op basis van een offerte die we bijvoorbeeld in februari hebben gemaakt, maar dat we moeten zeggen dat we die prijs niet meer kunnen aanhouden door de sterk gestegen isolatieprijzen. Als de dakrenovatie dan niet dringend is, hebben we al meegemaakt dat een bouwheer zegt: “Ik wacht gewoon tot 2027.” Wim, heb jij daar nog aanvullingen op, meer specifiek voor zonnepanelen en batterijen?

Wim Eelen: Bij zonnepanelen en batterijen merk ik ook dat de economische situatie ervoor zorgt dat bedrijven terughoudender zijn met capex-investeringen. Dat is eigenlijk contradictorisch, want net nu zou je die investering moeten doen. Als we over zonnepanelen spreken, dan hebben we vandaag gemiddelde terugverdientijden van vier à vijf jaar. Dat komt erop neer dat als je niet investeert, je binnen vier à vijf jaar eigenlijk hetzelfde bedrag betaald hebt aan je energieleverancier in plaats van aan je eigen zonnepaneleninstallatie. Het is dus jammer dat dat soort investeringen wordt uitgesteld. Maar we merken wel dat er op capex wordt gedrukt, vooral bij grotere ondernemingen.

[06:56] Verplichte zonnepanelen voor grootverbruikers

Björn Crul: Specifiek in die sector heb je natuurlijk ook de verplichting voor grootverbruikers om zonnepanelen op het dak te plaatsen. Die geldt sinds 1 april van dit jaar. Heeft dat een effect? Zien jullie daar al iets van?

Wim Eelen: Die verplichting van 1 april was eigenlijk de deadline waarop de installaties geplaatst moesten zijn. Die deadline is al een aantal keer uitgesteld. Ik denk dat de oorspronkelijke bedoeling juli 2025 was. Men heeft die datum later gelegd om bedrijven meer tijd te geven om te voldoen. De grootste investeringsgolf ligt dus eigenlijk al achter ons. Toch zijn er nog altijd bedrijven die vandaag niet aan die verplichting voldoen. Zij riskeren een boete, en die is niet min. Vandaag ligt het boeteniveau zelfs hoger dan de investeringskost. Die verplichting wordt bovendien verder aangescherpt: in 2030 opnieuw en richting 2035 nog eens. Dat blijft dus een terugkerend fenomeen.

[08:04] Verstrengde regelgeving en investeringsdruk

Björn Crul: Wat op zich voor jullie een goede zaak is, neem ik aan.

Wim Eelen: Dat is zeker een goede zaak. Ook voor overheidsgebouwen geldt een strengere verplichting dan voor gewone ondernemingen. Er was ook het idee om die verplichting uit te breiden naar ondernemingen met een lager energieverbruik, vanaf 1 gigawattuur, maar ik heb de indruk dat dat op een laag pitje is gezet omwille van de economische malaise. Men wil die bedrijven momenteel niet extra verplichten om te investeren terwijl het economisch al wat moeilijker gaat.

[08:36] Wanneer is batterijopslag interessant?

Björn Crul: Eigen PV-productie is natuurlijk één zaak, maar als je er optimaal van wilt genieten, moet je vandaag eigenlijk bijna naar batterijopslag gaan. Lange tijd was een batterij een erg duur product, misschien zelfs een luxeproduct. Voor welk type bedrijven is dat vandaag een interessante investering?

Wim Eelen: Elk type bedrijf met een aanzienlijke PV-installatie op het dak, gekoppeld aan een hoog zelfverbruik, kan zeker baat hebben bij een batterijproject. Natuurlijk heeft een typische kmo, waar ’s morgens de poort opengaat, ’s avonds weer dichtgaat, overdag wat licht brandt en verder weinig verbruik is, minder nood aan een grote batterijinstallatie. Het zijn vooral bedrijven met eigen productie, koelingen, verwarmingen en processen waarbij je kunt schuiven tussen vraag en aanbod, waarvoor dat zeker interessant is.

[09:36] Batterijopslag als antwoord op netcongestie

Björn Crul: Het kan ook een oplossing vormen voor bedrijven die geconfronteerd worden met problemen rond de netaansluiting. We weten allemaal dat de netcapaciteit in een aantal regio’s een echt knelpunt is. Bedrijven hebben moeite om een nieuwe aansluiting of een hoger vermogen te krijgen van de netbeheerder. Is een combinatie van zonnepanelen en een batterij dan een goede oplossing of heb je nog meer nodig?

Wim Eelen: Dat is eigenlijk de perfecte oplossing. Het fenomeen van netcongestie kenden we vroeger alleen in Nederland. We hebben daar jaren mee gelachen, maar het is de laatste één à twee jaar ook zeer frequent aanwezig in Vlaanderen. Je ziet daar verschillende cijfers over verschijnen in de pers. Dat gaat van 1.800 bedrijven op een wachtlijst tot 800 of 200. De aantallen verschillen, maar alleszins zijn er heel wat bedrijven die vandaag niet kunnen uitbreiden omdat ze het benodigde vermogen niet krijgen, of zelfs geen nieuw bedrijfsgebouw kunnen realiseren.

Momenteel werken wij aan een aantal dossiers waar dat effectief speelt en waar wij met de combinatie van een batterij en een zonnepanelenproject ervoor kunnen zorgen dat die bedrijven toch hun normale bedrijfsvoering kunnen voortzetten. Dat zijn heel andere dossiers. Dan praat je niet zozeer over ROI of terugverdientijden, maar over de vraag of een bedrijf kan produceren of niet. Dat is absoluut geen ver-van-ons-bedshow. Als je de kaarten van Elia en Fluvius bekijkt, zie je duidelijk waar de netcongestie zit. Die kaarten kleuren behoorlijk rood. Flexibiliteit met batterijen is daarvoor de perfecte oplossing.

[11:13] Waarom een dakrenovatie en zonnepanelen combineren?

Björn Crul: Bart, ik kom terug bij jou. Jullie zorgen heel vaak voor een totaalaanpak waarbij de plaatsing van PV samengaat met een dakrenovatie. Waarom is het zo belangrijk om die twee aan elkaar te koppelen?

Bart Vanrutten: Wanneer wij een dakrenovatie uitvoeren, leveren wij een perfect afgewerkt nieuw dak op waarop in een tweede fase de zonnepanelen gemonteerd worden. Bedrijven die uitsluitend zonnepanelen plaatsen, weten niet altijd wat de impact is van bijvoorbeeld een beschadiging die zij niet melden. Zo’n beschadiging herstellen is voor ons tien minuten werk. Maar een beschadiging terugvinden op een dak dat volledig vol ligt met zonnepanelen kan dagen of zelfs weken duren.

Onze ploegen die zonnepanelen plaatsen, zijn zich daar heel goed van bewust omdat ze deel uitmaken van een groep die ook daken doet. Bovendien heeft een bouwheer bij ons de zekerheid dat, als zich toch een probleem voordoet, hij één aanspreekpunt en één verantwoordelijke heeft. Hij heeft immers zowel de dakrenovatie als de zonnepanelen bij Argona besteld.

[12:10] Hogere eisen aan moderne bedrijfsdaken

Björn Crul: Een dak krijgt vandaag steeds meer functies. Je verwees er al naar: zonnepanelen, technieken, andere installaties en bij kantoren vaak ook nog een groendak. Wat betekent dat concreet voor de eisen die vandaag aan een modern industrieel dak worden gesteld?

Bart Vanrutten: Ik stel vast dat er de afgelopen jaren, zelfs al in de ontwerpfase, steeds meer rekening wordt gehouden met toekomstige lasten zoals zonnepanelen, technieken en groendaken die op korte of middellange termijn op het dak kunnen worden geplaatst. Het dak wordt steeds meer beschouwd als een bijkomend vloeroppervlak waarop zaken worden geplaatst en waar ook veel vaker over gelopen wordt voor het onderhoud van die technieken en zonnepanelen.

Daardoor hechten bouwheren en architecten steeds meer belang aan een duurzame dakdichting, gekoppeld aan een productgarantie. Zo hebben ze de zekerheid dat de dakdichting langer meegaat dan de levensduur van de installaties die op het dak worden geplaatst.

[13:12] Het belang van een lange productgarantie

Björn Crul: Een van de troeven die jullie als Argona uitspelen, is dat jullie een oplossing hebben voor elk bedrijfsdak, of dat nu een nieuwbouw, een renovatie, een plat dak of een speciale constructie is. In jullie gamma zit ook een kunststofdakafdichting met een productgarantie van vijfentwintig jaar. Dat klinkt natuurlijk erg interessant.

Bart Vanrutten: Dankzij die productgarantie van vijfentwintig jaar is de verwachte levensduur van de zaken die op het dak geplaatst worden – zonnepanelen en technieken – korter dan de verwachte levensduur van de dakdichting. Op die manier hebben de bouwheer en de architect de zekerheid dat het dak niet opnieuw gerenoveerd moet worden voordat de installaties het einde van hun levensduur bereiken.

Dat mogen we niet onderschatten. Een fabrikant die een productgarantie van vijfentwintig jaar geeft, is er niet alleen van overtuigd dat die dakdichting vijfentwintig jaar meegaat. Hij is er honderd procent van overtuigd dat die dertig tot vijfendertig jaar meegaat. Dat overstijgt de levensduur van zonnepanelen, technieken en dergelijke.

[14:22] Kiezen bedrijven voor kwaliteit of voor prijs?

Björn Crul: Zijn bedrijfsleiders snel mee in zo’n logica op lange termijn? Hebben zij voorkeuren voor bepaalde materialen of moeten jullie hen soms overtuigen om verder te kijken dan de pure kostprijs?

Bart Vanrutten: Daar moeten we een onderscheid maken tussen de renovatiemarkt en de nieuwbouwmarkt. In de renovatiemarkt is dat vrij eenvoudig, omdat de beslissingsnemer meestal ook de eigenaar van het gebouw is. Die eigenaars bekijken oplossingen meestal op lange termijn. Dat is ook de reden waarom negentig procent van de door ons uitgevoerde dakrenovaties gebeurt met een Protan-dakdichting van 1,8 millimeter, die een productgarantie van vijfentwintig jaar heeft.

Bij tachtig procent van de nieuwbouwprojecten wordt daarentegen een Protan-dakdichting van 1,5 millimeter geplaatst. Dat komt omdat de meeste nieuwbouwprojecten via algemene aannemers verlopen. Zij kijken eerder naar de prijs en beperken zich tot hun wettelijke aansprakelijkheidstermijn van tien jaar.

[15:15] Complexe laadinfrastructuur als totaaloplossing

Björn Crul: Ik kom nog eens terug bij jou, Wim. We hebben het gehad over een investering in een nieuw dak, gecombineerd met zonnepanelen. Daarnet hadden we het ook al over het nut om dat te combineren met batterijopslag. Maar dan is er uiteraard ook nog de markt van de laadinfrastructuur, waar jullie eveneens expertise in hebben. Welke projecten met laadpalen voert Argona vandaag uit?

Wim Eelen: Argona is vooral gespecialiseerd in de meer complexe dossiers. Eén laadpunt bij een kmo voor één wagen kunnen wij uiteraard ook realiseren. Maar zodra het om meerdere wagens gaat, zijn er genoeg installatiebedrijven of elektriciens die dat ook kunnen.

Waar wij het verschil maken, is wanneer we dat kunnen combineren met andere assets. Als we een batterij, laadpalen en een energiemanagementsysteem met elkaar kunnen laten samenwerken, zijn wij gespecialiseerd in echte laadpleinen, DC-laders en grotere projecten. Een typisch voorbeeld is een transportbedrijf met vijftig vrachtwagens dat elektrisch wil gaan rijden. Dat zijn vrij complexe dossiers. Dan spreken we over middenspanningsaanpassingen, infrastructuurwerken, verdeelborden die aangepast moeten worden en vermogens die verzwaard moeten worden. Daar komt veel meer bij kijken dan alleen een laadpunt tegen de muur bevestigen en aansluiten. Dat is onze expertise. Denk bijvoorbeeld aan een ondergrondse parking waar wij honderdtwintig laadpunten plaatsen. Dat is toch iets anders dan één laadpunt.

[16:43] Het belang van een energiemanagementsysteem

Björn Crul: Om zo’n complex systeem, waarbij je eigen energieproductie, opslag en laadinfrastructuur combineert, optimaal te laten renderen, heb je vandaag eigenlijk een energiemanagementsysteem nodig. Hoe werkt zo’n systeem in de praktijk? Hoe zorgt dat voor een beter rendement?

Wim Eelen: Zo’n energiemanagementsysteem is inderdaad het hart van de installatie. Zonder dat ben je eigenlijk nergens. Als je flexibiliteit wilt toepassen achter de meter en je onderneming wilt koppelen aan stuurbare assets, heb je dat echt nodig.

Een EMS is een vrij complex systeem dat enerzijds aan de bedrijfskant kijkt wat de behoefte is en ook inschattingen maakt van wat de energievraag morgen zal zijn, op basis van AI, zelflerend. Tegelijkertijd is het gekoppeld aan de energiemarkten, zeker in combinatie met batterijen: de day-aheadmarkt en de onbalansmarkt. Zo kan het op elk moment van de dag bepalen wat het meest gunstig is: de energie zelf verbruiken, opslaan, van het net afnemen of de eigen installaties aansturen. Dat is eigenlijk het kloppende hart van het volledige systeem.

[17:56] Automatisering en betrouwbaarheid van EMS-systemen

Björn Crul: In welke mate gebeurt dat vandaag al geautomatiseerd?

Wim Eelen: Dat gebeurt momenteel volledig automatisch. Ik wil wel het belang benadrukken van een goed EMS, want er zijn vandaag heel veel EMS-systemen op de markt. Heel wat start-ups en bedrijven beweren dat ze het ei van Columbus hebben uitgevonden.

Maar het is belangrijk – en daarom kiezen wij ook bewust voor kwaliteit en duurzaamheid – dat we samenwerken met bedrijven waarvan we zeker zijn dat ze er over tien of twintig jaar nog zijn. Want als we vandaag een EMS implementeren en die partner stopt ermee, gaat failliet of verdwijnt om een andere reden, dan is dat een echt probleem. Alle assets zijn immers daarop geprogrammeerd en geïntegreerd. Dat trek je niet zomaar opnieuw uit elkaar.

[18:50] Extra rendement via energiemarkten

Björn Crul: Je verwees daarnet al naar de markten. We spreken dan over flexibiliteit, de onbalansmarkt en day-ahead trading. Waar liggen daar de opportuniteiten voor bedrijven die investeren in hun energievoorziening en batterijopslag?

Wim Eelen: De markten die je beschrijft, komen vooral aan bod bij batterij-investeringen. Wanneer wij de return on investment voor een klant berekenen, kijken we eerst hoe we het eigen verbruik kunnen optimaliseren. Dat is logisch. Wanneer je te veel energie produceert, kun je die opslaan in de batterij en later zelf verbruiken.

De day-aheadmarkt is iets wat daar bovenop komt. Energieleveranciers moeten elke dag vóór elf uur aan Elia doorgeven hoeveel energie ze de volgende dag nodig zullen hebben. Op basis daarvan wordt bepaald wat de stroom de volgende dag kost. Daarbij wordt rekening gehouden met windproductie, zonneproductie en de productie van bedrijven.

Daardoor weet je vandaag al wat de energie morgen zal kosten. Je kunt daar dus perfect op anticiperen en op momenten waarop de stroom goedkoop is je batterij opladen, zeker wanneer er weinig zonneproductie is. Die stroom gebruik je dan op momenten waarop de elektriciteit duur is.

Om een idee te geven: zeker in de zomer speelt dat fenomeen sterk. Tijdens de middaguren is stroom goedkoop of zelfs negatief geprijsd. Soms krijg je zelfs geld om je batterij op te laden. Tijdens de avonduren kunnen de prijzen dan oplopen tot twintig à vijfentwintig eurocent per kilowattuur. Dat is zeer interessant.

Ook in de winter kan dat interessant zijn, omdat de zonneproductie dan minimaal is en de batterij niet automatisch wordt geladen met overtollige zonnestroom. Dan kan het zinvol zijn om de batterij ’s nachts tegen een laag tarief op te laden en die energie ’s morgens in het bedrijf te gebruiken.

De day-aheadmarkt is één verhaal. Daarboven heb je nog de onbalansmarkt. Die was twee jaar geleden bijzonder populair, maar is ondertussen sterk afgekoeld. Dat komt voornamelijk door het Picasso-effect, waarbij de onbalansmarkten van verschillende Europese landen aan elkaar gekoppeld zijn. Vroeger zag je in Vlaanderen veel grotere prijsschommelingen.

De onbalansmarkt is een markt waarbij je de energieprijs niet op voorhand kent. Je weet pas op het moment zelf wat de energie kost. Dat komt doordat vraag en aanbod voortdurend van elkaar afwijken. Via algoritmes kun je de batterij dan zeer snel laten laden of ontladen om op die markt in te spelen. De prijsverschillen zijn daar veel groter. Een uitzonderlijk voorbeeld was een moment waarop de energieprijs opliep tot ongeveer drieduizend euro per megawattuur.

[21:39] Meerdere verdienmodellen voor batterijopslag

Björn Crul: Dat zijn dus zaken waarop je dankzij een batterij ook kunt inspelen?

Wim Eelen: Zeker en vast. Die onbalansmarkt is wel de kers op de taart, niet de taart zelf. Daarnaast bekijken we bij batterijopslag altijd ook peak shaving. Een groot deel van de energiekost wordt immers bepaald door de piekbelasting en het capaciteitstarief.

We zien vaak dat een beperkt aantal korte pieken de netkosten voor een volledig jaar omhoog trekt. Met analyses en batterijen kun je daar vrij eenvoudig op inspelen en die pieken afvlakken. Er zijn dus verschillende verdienmodellen voor een batterij. Het is net de combinatie van al die elementen die ervoor zorgt dat het een goede investering wordt.

[22:25] EPC voor niet-residentiële gebouwen

Björn Crul: Bart, waar we het vandaag over hebben, is het rendabel maken van investeringen in duurzame gebouwen en hernieuwbare energie. Dat is precies jullie corebusiness bij Argona. Voor bedrijven wordt het steeds belangrijker om over duurzame gebouwen te beschikken, ook omdat de regelgeving almaar strenger wordt. Zo bestaat er vandaag ook een systeem van energieprestatiecertificaten voor niet-residentiële gebouwen, vergelijkbaar met wat we kennen voor woningen.

Bart Vanrutten: Dat klopt. Een EPC voor niet-residentiële gebouwen is verplicht sinds 2025, al weten nog maar weinig mensen dat. Ik denk dat daar nog veel meer over gecommuniceerd moet worden. Hoe bekender die verplichting wordt, hoe groter de positieve impact zal zijn op de verkoop- en huurwaarde van niet-residentiële gebouwen. Zodra we in die fase zitten, ontstaat er ook een groter draagvlak om die gebouwen verder te verduurzamen.

[23:26] Een geïntegreerde aanpak voor duurzame gebouwen

Björn Crul: Wat finaal ook een effect zal hebben op de energieconsumptie, neem ik aan.

Bart Vanrutten: Sowieso. Het is duidelijk dat er een globale aanpak moet komen om als bedrijf de juiste investeringen te doen op het juiste moment en zo je gebouw toekomstbestendig te maken.

Björn Crul: Jullie hebben als groep natuurlijk alle nodige expertise in huis, maar hoe verloopt zo’n project concreet? En hoe maken jullie daarin het verschil in een concurrentiële markt?

Bart Vanrutten: Zoals in de introductie al aangehaald, willen we een one-stop-shop worden voor bouwheren die hun gebouwen willen verduurzamen. Maar niet door op te treden als een algemene aannemer die met onderaannemers werkt en daar een marge op moet nemen. Wij zorgen ervoor dat we voor al die deelactiviteiten de expertise én de techniekers in eigen huis hebben. Daardoor moeten we op die afzonderlijke activiteiten geen extra marge nemen, wat een algemene aannemer wel moet doen. Op die manier kunnen we een zeer concurrentieel totaalpakket aanbieden aan onze klanten.

[24:24] Slotadvies voor bedrijven

Björn Crul: We moeten stilaan afronden. Ik heb misschien nog één vraag voor jullie allebei. Als jullie nog één laatste tip of advies mogen geven aan onze luisteraars, wat is dat dan? Bart?

Bart Vanrutten: Ook al zijn dit vandaag zeker geen evidente tijden, ik zeg altijd: niets is zo goed als het lijkt, maar ook niets is zo slecht als het lijkt. Het zijn net moeilijke tijden waarin bedrijven met een goede visie en strategie boven komen drijven.

De afgelopen jaren hebben nog maar eens aangetoond dat iedereen ernaar moet streven zijn energieverbruik te beperken. Dat kan deels door gebouwen beter te isoleren, maar bedrijven moeten ook onafhankelijker worden op het vlak van energie. Dat kan door te investeren in zonnepanelen en batterijopslag. Voor beide zaken kan men terecht bij Argona.

Wim Eelen: Ik sluit me graag aan bij Bart. Stel duurzame investeringen niet uit, niet alleen vanuit duurzaamheidsoogpunt, maar ook vanuit financieel oogpunt.

Investeringen in zonnepanelen en batterijopslag maken het mogelijk om een groot deel van je energiefactuur voor de komende vijfentwintig à dertig jaar aan een vaste prijs vast te klikken. Om een idee te geven: de levelized cost of energy van dergelijke investeringen bedraagt ongeveer drie tot vier eurocent per kilowattuur. Dat ligt aanzienlijk lager dan de huidige marktprijs.

Op die manier maak je je bedrijf weerbaarder en competitiever in moeilijke en onzekere tijden, waarin we sterk afhankelijk zijn van geopolitieke spanningen waarop we zelf weinig invloed hebben. Mijn advies is dus: stel je investeringen niet uit en contacteer Argona.

[25:56] Afsluiting

Björn Crul: Wim en Bart, dank jullie wel voor dit gesprek.

Wim Eelen: Dank je wel, graag gedaan.

Björn Crul: Tot zover deze Bouwen aan Vlaanderen-podcast, beste luisteraars. Bedankt voor jullie aandacht en surf zeker nog eens naar bouwenaanvlaanderen.be voor meer inspiratie.

Gerelateerde video's

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten