Platform voor de bouw

BIM, bouwdata en digitalisering – hoe Neanex de bouwsector efficiënter en duurzamer maakt 

In deze aflevering van Bouwen aan Vlaanderen gaat moderator Kris Vandekerckhove in gesprek met Josefien Vanhuyse, CEO van Neanex, over de rol van BIM, data en digitalisering in de bouwsector. Ondanks de opkomst van digitale tools gaat nog steeds een groot deel van de projectinformatie verloren. Wat betekent dat voor efficiëntie, kosten en duurzaamheid? En hoe kan het beter? Aan de hand van praktijkvoorbeelden en concrete inzichten ontdek je hoe datagedreven werken, asset registers en slimme samenwerking de toekomst van bouwen fundamenteel kunnen veranderen. 

Transcriptie

[00:04] Introductie en context van het gesprek 
Kris Vandekerckhove: Welkom in de podcaststudio’s van Lauwers Mediagroep in Oostkamp. Vandaag hebben we het over BIM, data en digitalisering, maar nog veel meer. En ook wat er vandaag nog een uitdaging blijft ter zake. Ondanks alle tools en modellen gaat er nog altijd een verrassend groot deel, eigenlijk meer dan de helft van de informatie, verloren tijdens bouwprojecten. Wat betekent dat dan voor efficiëntie, kosten en duurzaamheid? En belangrijker, hoe kan het anders? Daarover ga ik in gesprek met Josefien Vanhuyse, CEO van Neanex. Een bedrijf dat bouwdata centraal wil stellen in het volledige bouwproces. Welkom, Josefien. Goedemiddag en dankjewel om tot bij ons te komen. Maar goed, we vliegen er meteen in, Josefien. 
Josefien Vanhuyse: Goedemiddag. Tuurlijk. 

[00:57] Is het systeem fundamenteel stuk? 
Kris Vandekerckhove: Als meer dan de helft van de data verloren gaat in een bouwproject, wat in de intro zat, moeten we dan niet gewoon toegeven dat het systeem vandaag fundamenteel stuk is? 
Josefien Vanhuyse: Dat is een sterke stelling om erin te vliegen. Ik denk in die zin, om de vraag misschien een beetje te positioneren, dat het ook geen probleem is dat er bepaalde informatie verloren gaat. Sommige informatie is alleen maar relevant voor een specifieke stakeholder tijdens een specifiek proces. En dat is volledig oké. Maar ik denk inderdaad dat relevante informatie of informatie die we nodig hebben op een bepaald moment, dat het heel lastig is om die te gaan re-engineeren. Wat ook heel vaak gebeurt. De duplicatie van data in andere systemen bij andere stakeholders is eigenlijk een standaard metier in onze industrie. Maar ik denk vooral het vastleggen van wat zijn onze informatiebehoeftes en verwachtingen doorheen dat volledige, niet alleen bouwproces, maar eigenlijk asset lifecycle. Die projecten gaan natuurlijk ook in een operatie, moeten een bepaalde functie uitvoeren. En ik denk dat we nog te weinig nadenken of heel expliciet maken wat de informatiebehoeftes zijn doorheen die verschillende fases. We bedenken een bepaald concept als opdrachtgever. We gaan met een architect of een studiebureau daarmee in gesprek om dat te gaan ontwikkelen. Dan komt er een aannemer bij. Dus die ganse supply chain komt op gang en iedereen heeft bepaalde informatiebehoeftes. Maar het echt vastleggen daarvan, dan merken we toch dat dat soms heel vaak te laat komt. En dan is informatie verloren, niet meer vindbaar, niet gestandardiseerd of gestructureerd. Dus het vastleggen van die informatiebehoeftes is volgens ons echt key om het systeem dat stuk lijkt echt wel optimaal te laten renderen. 

[02:48] Waar gaat informatie verloren? 
Kris Vandekerckhove: Dus eigenlijk beantwoord je bijna mijn volgende vraag, denk ik. Want mijn volgende vraag was, waar gaat die informatie dan in de bouwlevenscyclus het vaakst verloren? Maar dat is dus in het begin, omdat er geen goede afspraken worden gemaakt. 
Josefien Vanhuyse: Ik denk dat ook doorheen het volledige bouwproces wel eens dat er informatie verloren gaat. En soms kan dat ook totaal geen kwaad. Wat we wel zien is dat de formele, wat we dan informatie-handover-momenten noemen, dat die vaak pas op dat moment bekeken worden van welke informatie we nu willen ontvangen. En er worden inderdaad al impliciete afspraken gemaakt die bijvoorbeeld in bepaalde normen eigenlijk worden neergeschreven van ja, we moeten een afspraak maken, maar niet expliciet waarover moeten we dan een afspraak maken en wat betekent dat dan, welke informatie wil ik over wat en van welke stakeholder en wanneer moet die dan precies komen. Dat proces wordt wel opgelegd, maar heel expliciet wordt dat eigenlijk dan nog niet neergeschreven. Dus vaak zien we bij de finale fysieke oplevering dat er dan wordt gekeken: oké, je moet nog een as-built opleveren. Ook vroeger was dat met een vrachtwagen aan papier, dat er werd aangereden, dat werd dan in een archief ergens ondergebracht, never to be opened again. En ik denk dat nu wordt die as-built vraag wel al gesteld en vaak opgenomen in een BIM-protocol, maar te weinig expliciet gemaakt. En op dat moment moet er dan eigenlijk gekeken worden: welke informatie is er beschikbaar, hoe gaan we die verzamelen, hoe dragen we die over en hoe ook gaat de ontvangende partij, vaak dan de asset owner of de opdrachtgever, die informatie gebruiken. En daar, die informatiebehoefte en het gebruik daarvan, daar gaan ze op dat moment pas over nadenken. En dat is eigenlijk iets wat we toch meer in het voortraject moeten gaan bekijken, van waar gaan we die informatie voor gebruiken. We kunnen heel veel informatie over de schutting gooien, maar als die niet gebruikt wordt, dan kunnen we ons beter focussen op de informatie die nuttig kan zijn voor allerlei andere toepassingen, zoals predictive maintenance of circulariteit. 

[04:46] Verantwoordelijkheid: processen, tools of mensen? 
Kris Vandekerckhove: Ja, inderdaad. Dus, zonder met de vinger te wijzen, uiteraard. Maar waar moeten we dan het grootste deel van de verantwoordelijkheid leggen? Misschien niet de tools, maar een beetje van de processen? Of is het de mensen zelf die sneller moeten duidelijk maken wat er precies nodig is doorheen het traject? 
Josefien Vanhuyse: Ja, ik denk dat die drie aspecten, processen, tools, mensen of afspraken, dat dat heel belangrijk is. Eigenlijk die driehoek tussen die verschillende aspecten, dat we die ook wel vastleggen en een bepaalde dynamiek daartussen creëren. Ik denk ook dat er heel vaak gefocust is in het verleden op: oké, we gaan bimmen, dus we focussen op we hebben een BIM-tool nodig, terwijl dat BIM volgens ons ook een transversaal geïntegreerd proces moet zijn doorheen die volledige levenscyclus. En dat zorgt er dan ook voor dat je eerst focust op de processen van: wat gaan we met elkaar afspreken, wanneer moet er bepaalde informatie voorzien zijn, waarvoor gaan we die informatie gebruiken? Is dat voor een bepaalde validatie, is dat voor clashcontrole, is dat voor andere simulaties of behoeftes die moeten gebeuren? Dat die processen eigenlijk vastgelegd worden. En op basis van die processen gaan we kijken welke capabilities en welke functionaliteiten hebben we nu nodig in die tools die we gebruiken. En ondertussen gebruiken we er gigantisch veel. We hebben een immens landschap. Dat is een rijkdom natuurlijk ook, maar ook een risico van welke tools en bepaalde capabilities die we kunnen samenbrengen in een digitaal ecosysteem die op die manier die behoeftes kunnen invullen qua functionaliteit. En dat hoeft zeker niet in een soort one-size-fits-all te zijn. Ik denk dat zeker ook als we kijken naar een aantal Europese bedrijven, waaronder dat we ook onszelf beschouwen, maar ook heel veel Belgische andere partijen die met heel sterke tools op de markt zijn, die goed met elkaar kunnen connecteren en die eigenlijk die processen fantastisch kunnen ondersteunen met juiste capabilities en functionaliteiten. En dan hebben we natuurlijk het menselijke aspect. Ik denk dat het belangrijk is dat we gelukkig als mensen nog fouten kunnen maken. Kunnen we die ook bespreken met elkaar? En die processen en afspraken en de tools moeten ons eigenlijk ondersteunen om meten en zweten zichtbaar te maken. En mensen, de reflectie daarvan is de afspraken tussen mensen. En die stakeholders worden vaak vastgelegd in een contractvorm. En er zijn een aantal mooie voorbeelden, ook uitdagende voorbeelden, zoals de NEC4-contracten of de bouwteamcontracten in Nederland, die eigenlijk die collaboratie echt wel faciliteren, waarin die processen en die tools opnieuw echt kunnen ondersteunen. En dan gaat het vooral over hoe we als industrie ook kunnen evolueren naar een soort integrated project delivery, waarin we shared benefits en losses hebben, want dat is nu inderdaad ook wel iets wat in de industrie soms toch wel uit. 

[07:34] Digitalisering in de bouwsector 
Kris Vandekerckhove: De laatste was die nog met faxen aan het werken waren, misschien zelfs nog een telex links naar rechts. Er wordt eigenlijk nog altijd een beetje te veel gewerkt, denk ik dan, met pdf’s en Excels en allerlei losse tools zoals je net zei. Ligt dat dan aan de sector of zijn het andere asset owners die meer input moeten krijgen en vooral meer moeten dwingen naar een bepaalde richting? 
Josefien Vanhuyse: Ik denk dat je daar al een aantal zaken aanraakt. Wat we zien, misschien eerst, ik denk dat iedereen die grafiek kent van McKinsey die in heel veel presentaties in onze bouwsector gebruikt wordt, dat we daar met de bouwsector zo onderaan hangen, net boven de jacht- en visvangst qua digitalisatie. Ik denk zeker als we kijken naar de voorbije periode dat we gigantische stappen gezet hebben. In de Engelse taal hebben ze daar twee verschillende termen voor die we jammer genoeg niet in het Nederlands hebben. Dat is digitisation en digitalisation. En ik denk dat we de evolutie, want we kunnen ook niet verwachten dat we een revolutie… niet iedereen is Uber of Tesla, maar dat we daar ook een bepaald traject samen doorgaan als industrie, is dat de digitisation gebeurd is. We hebben al heel veel digitale vormen van vroeger de documenten. Die zijn er nog altijd op papier in de sector, niet te vergeten. Maar toch, het grootste deel heeft die shift al gemaakt. We werken in pdf’s, excels, de faxen en de telexen zijn er soms jammer genoeg uit. Mijn kinderen zijn nog altijd verrast over wat er gebeurt met een fax, dat er papier in gaat en aan de andere kant terug uitkomt. Maar misschien moeten we het terug invoeren. Dus die stap hebben we gemaakt, digitisation. Maar laten we nu kijken naar digitalisation. En ik denk, om dan de reflectie te maken naar BIM en de start, naar een data-gefocuste manier van werken. Ik denk dat een aantal andere industrieën vrij snel de stap onmiddellijk naar digitalisation gemaakt hebben en daar ook standaarden voor ontwikkeld hebben. Dus ik denk dat wij in de sector echt die switch moeten maken en dat is soms ook wel wat pijn doet om die stap te maken. Maar dat we wel heel wat tools en open data-standaarden eigenlijk al hebben daarbuiten om te gaan toepassen. En de uitdaging is inderdaad om de tools en de processen te installeren die daarmee kunnen omgaan. En dat is heel vaak wel een uitdaging die we nog zien. En inderdaad, ieder bouwproject is eigenlijk een soort nieuwe productiefaciliteit of fabriek die we bouwen die dat dan ook helemaal opnieuw probeert letterlijk uit de grond te stampen. En dat maakt het ook wel een grote uitdaging in vergelijking met andere industrieën. 

[10:24] De Spotify-metafoor van Neanex 
Kris Vandekerckhove: Wat ons naadloos bij Neanex brengt, natuurlijk. Jullie spreken regelmatig, en dat is een visueel beeld natuurlijk, jullie spreken over een Spotify voor bouwdata. Wat betekent dat dan concreet in een projectcontext? 
Josefien Vanhuyse: Ja, die Spotify-metafoor, het zou Netflix kunnen zijn, maar om het een beetje tastbaar te maken. We maken altijd de vergelijking met wat we doen bij Neanex en zeker in ons platform Fundament. Hoe kunnen we nu geïnterconnecteerde data, gecontextualiseerde data met betekenis aanbieden binnen de bouwsector? En eigenlijk, als we kijken naar Spotify en dat vergelijken met voor de evolutie naar Spotify of gedigitaliseerde muziek, is dat we in dit prachtig gebouw zouden zitten die gevuld is tot en met de oude muziekcassettes, die sommigen onder jullie misschien nog wel kennen. Ik steek ook mijn vinger op. Met de twee gaatjes in het midden en waar je inderdaad met een Bic moest heen en terug draaien. Dus stel dat dit gebouw volledig gevuld is met dat type van muziekcassettes en ik geef jou drie woorden en ik zeg: die drie woorden bevatten eigenlijk een titel van een song of misschien van een album, ik weet het niet meer. Zoek mij eens de cassette die dat liedje bevat. Dat lijkt me een uitdaging. 
Kris Vandekerckhove: Ik bijvoorbeeld ken de kassettes nog. Je kunt die netjes stapelen, dus hier kunnen er heel wat kassetjes binnen. Plus ook het feit dat het niet omdat je een kassetje vastneemt, fysiek, dat je ook weet: staat deze song daar nu op of niet? 
Josefien Vanhuyse: Dus dat zou een gigantische uitdaging zijn. En eigenlijk is dat nu ook wel een beetje de manier waarop we onze data binnen de bouwsector organiseren. Er zit al een grotere logica in de manier waarop we pdf’s opslaan, maar dat is ook maar één lijn van hiërarchie. Maar denk nu aan Spotify. Ik geef jou drie woorden en je geeft die in je Spotify-account en je krijgt onmiddellijk verschillende suggesties van songs, van albums die die titel zouden kunnen bevatten. Je krijgt suggesties, dus de contexten rond aan welk genre zijn we aan het zoeken. Je krijgt albums van dezelfde artiesten. En dat is eigenlijk de manier waarop wij informatie organiseren binnen ons platform Fundament. Dat is een intergeconnecteerde manier die ook betekenis, wij noemen dat semantiek, geeft aan die data en er eigenlijk voor zorgt dat jij altijd vanuit jouw perspectief kan kijken naar die informatie. En een voorbeeld daarvan, heel tastbaar, is: we zien hier verschillende stopcontacten in de ruimte. Is die deel van de ruimte of van het elektrisch systeem? En het antwoord is natuurlijk beide, maar afhankelijk van wie jij bent of welke informatie je nodig hebt, kijk je naar dat stopcontact op een andere manier. Een elektrisch ingenieur zal zeggen: ik kijk naar de systemen, op één circuit zitten er acht stopcontacten en ik wil zien hoe die geïnterconnecteerd zijn, door wat die gevoed worden. Maar een architect zal zeggen: ik zie ruimtes en niveaus in dat gebouw en binnen die ruimte heb ik een bepaalde uitrusting en daar zit een stopcontact. En dat is de manier waarop wij naar die data kijken: intergeconnecteerd en in jouw context, met jouw eigen bril. 

[13:42] Praktische impact op projecten 
Kris Vandekerckhove: Voordat het hier te esoterisch wordt, hoe dat we naar stopcontacten kijken. Dus wat jullie eigenlijk doen, dat is data uit verschillende tools effectief laten samenwerken, zodanig dat als je iets zoekt, je het meteen ook vindt met alle semantische contexten rond. Wat verandert het dan als, we willen natuurlijk weten wat dat doet in de praktijk, wat verandert het dan concreet op een werf of in een project wanneer die data wel goed zit? Want ik heb me laten vertellen dat jullie ook wel best wel een belangrijke rol te vervullen hebben in Oosterweel. 
Josefien Vanhuyse: Ja, klopt. En ik denk ook dat op die manier, als we kijken wat verandert er nu effectief op een project of op een werf of in de aanpak binnen die processen, is uit onderzoek blijkt dat we net over 50% van de data verloren gaat, maar 30% van onze projectstaff van deze projecten, zoals Oosterweel, gaat eigenlijk verloren naar het zoeken naar de juiste informatie. Ik denk dat we allemaal op de hoogte zijn dat enerzijds de workload en de vraag naar geschoold personeel, de ingenieurs die al die fantastische projecten eigenlijk moeten leiden, uitvoeren, bedenken, uitwerken… Als 30% van hun tijd bespaard kan worden door hen de juiste informatie onmiddellijk aan te bieden en niet: waar zit die informatie, moet ik die nu zelf ook opnieuw gaan berekenen en in welk systeem moet ik die zoeken, collega, heb jij toegang daartoe? Dus 30% van hun tijd gaat naar het zoeken naar de juiste informatie. Dus het gaat inderdaad één, al over 30% efficiëntiewinst en 30% kostenbesparing. Want die mensen kunnen 30% van hun tijd met creatieve zaken bezig zijn die de data voor ons op dit moment ook nog altijd niet kan aanleveren. En gelukkig maar. En twee, het gaat ook over stakeholdercommunicatie. In dergelijke complexe projecten is communicatie natuurlijk wel key. En als we heel expliciet kunnen maken waar we het over hebben en wat is jouw verwachting van een bepaald project en hoe wil ik iets uitvoeren als aannemer, architect, ingenieursbureau ontwerpen, dan kunnen we het heel expliciet en tastbaar en zichtbaar maken. En dat zorgt er eigenlijk ook voor dat je natuurlijk veel minder obstructie krijgt, risicobeheersing, om er eigenlijk voor te zorgen dat die geïntegreerde manier van werken, dat we die echt kunnen faciliteren. 

[16:38] Duurzaamheid en circulariteit 
Kris Vandekerckhove: Als op die manier met data wordt omgegaan en als je eigenlijk alles kan terugvinden wat er nog te vinden is, dan kun je dit toch inzetten voor duurzaamheid, circulariteit ook, omdat je eigenlijk op voorhand weet wat er werkt, hoe je het zal gebruiken en eventueel hoe het achteraf nog kan herwaarderen of hergebruiken. Dus welke rol spelen asset registers en materiaalpaspoorten in beslissingen rond hergebruik dan eigenlijk? 
Josefien Vanhuyse: Ja, want wij noemen inderdaad, ons platform noemen we ook wel een digital asset register. Het wordt soms ook beschouwd als gebouwen- of projectpaspoort. Eigenlijk gaan we alle data die relevant is vanuit jouw context daarin samenvatten. En één van de topics of de use cases of de toepassingen die je daarmee kan voeden, los van efficiëntie of productiviteit of eisenvalidatie of contractcompliancy, is natuurlijk alles wat met circulariteit te maken heeft. Het principe van het materialenpaspoort is jammer genoeg door de crisis in Oekraïne op het Europese niveau iets naar achter geschoven, maar die komt er wel terug aan. Zeker ook met de regelgeving in 2028 van de digital product passports die eraan komt. Dus we zouden zeker informatie rond welke producten, materialen die we gebruiken binnen onze projecten en terecht ook expliciet moeten vastleggen voor de toekomst. En dan is inderdaad het vastleggen van informatie rond materiaal voor ons een extra toepassing met dezelfde functionaliteit. Het gaat opnieuw over wat zijn onze informatiebehoeftes. En informatiebehoefte zal dan een stuk rond circulariteit, carbon footprint, embodied carbon, materialenpaspoorten kunnen bevatten. En opnieuw: meten is weten, dus het zal er ook voor zorgen dat we bepaalde keuzes kunnen maken in materialen. Als we zien, als we kiezen voor materiaal X, Y of Z, die een bepaalde carbon footprint of ecologische voetafdruk heeft, dan gaan we dat ook onmiddellijk kunnen meten, zelfs als we over heel veel data spreken. 

[19:00] Rol van asset owners en opdrachtgevers 
Josefien Vanhuyse: En wanneer wordt dat dan echt waardevol voor al die asset owners? Sowieso dat de evolutie wel aan de gang is dat de relevantie van informatie pas op het moment van de as-built of de oplevering dat we wel een evolutie ingezet zijn dat daar bepaalde bewustwording rond is. Dat eigenlijk die betrokkenheid of laat ons zeggen de afdwingbaarheid die een asset owner of een opdrachtgever eigenlijk moet neerleggen bij de markt, dat die er zeker is, maar dat er nog heel veel stappen kunnen genomen worden. Wij verwachten natuurlijk ook allemaal van publieke opdrachtgevers en asset owners dat zij met de financiering en de publieke fondsen ook die verantwoordelijkheid nemen om de industrie op die manier te pushen en eigenlijk aan te geven: wij hebben bepaalde databehoeftes, verwachtingen, ook om beter te kunnen sturen op onderhoud en beheer, meer op predictive maintenance in te zetten. Eigenlijk er niet voor te zorgen dat we nu onderhoud doen gewoon op basis van de tijdsparameter, maar vooral ook op de prestatieparameter bijvoorbeeld. We gaan een weg alleen maar onderhouden op het moment dat de prestatie van die weg niet meer voldoende is, maar niet puur: we hebben voorspeld op dat moment moeten we het opnieuw onderhouden. Dat ze daar ook meer kunnen op sturen. Dus die verantwoordelijkheid, de afdwingbaarheid en dat ook meenemen als een soort contractueel element, dat is toch wel heel belangrijk. Dat zien wij bijvoorbeeld in Nederland binnen de utilitywereld heel hard gepusht worden. Daar werken we ook mee samen om ervoor te zorgen dat op die manier van aan de voorkant ook de maturiteit digitaal van opdrachtnemers en de industrie in het algemeen ook wel een gunningscriterium wordt, samen nog bevorderd met een aantal keuzes rond circulariteit en duurzaamheid. 

[20:36] Toekomstvisie van de sector 
Kris Vandekerckhove: Super. Laat ons, kwestie van afsluiting van deze bijzonder boeiende podcast, dankjewel Josefien, laat ons eens dromen. We gaan de dromenwereld in, samen met Josefien. Hoe ziet een bouwproject er volgens jou in de ideale wereld binnen tien jaar uit? En dan waarschijnlijk op jouw vakgebied. 
Josefien Vanhuyse: Tien jaar in deze snel evoluerende, zeker data-gedreven industrie is heel ver, maar ik denk eigenlijk dat er een aantal aspecten zijn waarvan we zien dat die evolutie ingezet is, maar dat we toch wel graag zouden zien, als we nog sterker mogen dromen, binnen vijf jaar dat we daar al zijn. Dat we meer vanuit dat geïntegreerd projectopleveringsprincipe gaan werken. Die bouwteams, we hebben superveel kennis, waarom leggen we die ook niet allemaal samen en zorgen we ervoor dat we meer in een collaboratief systeem die projecten eigenlijk kwalitatief en budgettair dus ook efficiënt, productief kunnen opleveren. Ik denk dat dat zeker een droom is die wij als Neanex hebben: verantwoordelijk opdrachtgeverschap, opdrachtnemerschap. En daar nemen wij ook als kennishouder en softwareontwikkelaar graag onze verantwoordelijkheid in om onder andere open data-standaarden te pushen en evangelisatie daarom te doen. Een tweede aspect, denk ik, is dat de keuze tussen circulariteit en productiviteit geen keuze hoeft te zijn, maar eigenlijk iets is wat hand in hand gaat. We kunnen niet productief, efficiënt of duurzaam zijn als we die niet aan elkaar verbinden. Duurzaamheid voor ons heeft ook een sociale en economische component. Als we naar de verschillende elementen van ESG kijken van Europa, is dat ook het geval. Dus laten we dat ook wel in de praktijk brengen en daar geen keuzes meer tussen maken. Dus ik denk dat dat een tweede aspect is waar we wel over dromen. En ik denk, het derde aspect, als we nog verder mogen dromen, is dan ook wel dat we heel veel erkenning hebben voor het menselijk aspect in de sector en wat we doen en de creativiteit. Natuurlijk, met alles wat aan de gang is rond AI en data, zien we natuurlijk soms ook wel dat er stap terug is en dat daar een bepaalde schrik voor is. Ik denk dat we ons daar heel bewust van moeten zijn. Maar ik denk dat ook de kracht in onze menselijke creativiteit ligt om daarmee om te gaan. En daar zien we ook wel heel veel mogelijkheden voor onze industrie. Want het zijn onze creatieve, associatieve breinen die ervoor zullen zorgen dat we een mooie oplossing kunnen creëren in onze gebouwde omgeving, dat we de juiste keuzes kunnen maken. En anderzijds zien we dat er heel veel, als we dan binnen onze softwareontwikkelingskant kunnen kijken, onze eigen applicatie Fundament, er zijn heel veel Belgische en Europese alternatieven vandaag. En ik denk dat we die ook als Europa moeten promoten en daar ook eigenlijk een standpunt moeten innemen om die beter met elkaar te verbinden als een duurzaam alternatief binnen onze sector. Ik denk dat dat ook iets is wat we graag zouden zien gebeuren en waar we zeker voorstander van zijn. 

[23:56] Afsluiting 
Kris Vandekerckhove: Maar jullie zijn ook Europees actief. Dus jij ziet de oplossingen tot een soort van unity eerder Europees dan eigenlijk Belgisch, wat me logisch lijkt. 
Josefien Vanhuyse: Ja, onze regio is te klein natuurlijk. Als softwareontwikkelaar moet je ook altijd verder kijken dan een beperkte regio. Je ontwikkelt software voor de wereld en niet puur voor onze regio zelf. En er zijn een aantal heel complementaire spelers met Fundamenten op de markt die nu ook heel mooie stappen maken, waar we ook samen mee op projecten zitten, waarvan we zien dat best-of-breed, geconnecteerd ecosysteem, waarin je verschillende applicaties, gebaseerd op standaarden, met elkaar kunt verbinden, heel veel waarde brengt binnen projecten, binnen organisaties. En eigenlijk een stukje afstappen van de one-size-fits-all of de vendor lock-in die nu door heel grote spelers wordt geclaimd en ook wel heel veel risico’s inhoudt. En daarvan zien we ook in bepaalde aanbestedingen en uitvragen dat meer opdrachtgevers zich bewust zijn van een bewuste keuze ook voor Europese alternatieven. En dat is zeker ook wel een belangrijk gegeven. 
Kris Vandekerckhove: Allright, ik heb alvast de titel van deze podcast gevonden: wij maken software voor de wereld. Voilà. Als dat geen schoon is. Je hebt sterke sprekers en je hebt heel sterke sprekers. In die laatste categorie zat Josefien Vanhuyse van Neanex. Hartelijk dank voor je zeer duidelijke inzichten. Dank je wel. Vond je deze aflevering interessant? Deel ze met collega’s in de sector en help mee om het gesprek rond digitalisering en data in de bouw verder te zetten. Meer afleveringen vind je op onze verschillende kanalen. Tot de volgende keer! 

Gerelateerde video's

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten