Oorlog in Europa. Oorlog in het Midden-Oosten. Gasprijzen schieten omhoog. Overheden grijpen in en de reflex keert terug: meer boren, meer importeren, meer verbranden. Elke crisis voelt uitzonderlijk. De reactie is dat nooit.
Wat verandert bij elke schok, is de kop. Wat niet verandert, is de onderliggende logica – of beter gezegd: het onvermogen om er een toe te passen. Fossiele brandstoffen zijn operationele uitgaven: geld dat maand na maand verdwijnt aan iets dat wordt verbruikt en weg is, richting regimes waar we liever niet afhankelijk van zijn. Hernieuwbare energie en renovatie zijn kapitaaluitgaven. De investering blijft. Ze creëren activa die lokaal, langlevend en voorspelbaar zijn en die leercurves volgen die de kosten gestaag omlaagdrukken, iets wat fossiele brandstoffen niet kunnen.
De cijfers zijn intussen moeilijk te negeren. Het Britse Climate Change Committee berekende in maart 2026 dat de totale kost van één enkele fossiele prijspiek van de omvang van 2022 wellicht even groot is als de totale nettokost om tegen 2050 klimaatneutraal te worden. Euro voor euro: één schok staat gelijk aan de volledige transitie. Goldman Sachs schat de Iran-verstoring op achttien keer groter dan Oekraïne. En toch gaat het debat over de “betaalbaarheid” van de transitie gewoon verder.
Het geld verlaat hoe dan ook onze portemonnee, met dit verschil: van fossiele brandstoffen afstappen is een investering, terwijl het in stand houden van ons huidige fossiele systeem een kost is.
Dit is de OpEx-val, en de bouwsector zit er middenin. Gebouwen zijn goed voor circa 40 % van het Belgische energieverbruik, waarvan het overgrote deel nog op gas draait. Elke niet-gerenoveerde gevel, elke verouderde ketel enzovoort is een terugkerende factuur richting buitenland. Renovatie zet die blootstelling om in productieve investering: lokale jobs die niet te delokaliseren of automatiseren zijn, economische activiteit die hier blijft, activa die renderen. Zes van de tien projecten die momenteel door de Helios Foundation worden gefinancierd, raken rechtstreeks aan de gebouwde omgeving. België beschikt over de oplossingen, het ondernemerschap en de capaciteit. Wat ontbreekt, is het kapitaal en het beleidskader om de uitrol mogelijk te maken. Heel letterlijk: de toekomst bouwen in plaats van ze op te stoken. De oorlog zal eindigen. De prijzen zullen dalen. De herinnering zal vervagen, tot de volgende crisis dezelfde reflex triggert. De bouwsector heeft de schaal en de politieke stem om dat te doorbreken: niet door te pleiten voor meer premies, maar door te eisen dat renovatie wordt behandeld als wat het is – infrastructuurinvestering, geen subsidie. De vraag is of de sector wacht op de volgende schok of nu begint met het antwoord te bouwen.
De Pen wordt doorgegeven aan Mieke Quaghebeur, manager en expert sustainable materials bij VITO.