Tagarchief: WZC

Lommel, WZC De Bekelaar | Kersvers onderkomen voor Lommelse senioren

wzc-bekelaar-lommel-0921-1219-kopieren
Lees het gehele artikel

Achter het voormalige woonzorgcentrum De Bekelaar, dat zijn beste tijd achter de rug heeft, verrees de voorbije maanden een nieuwbouw die vanaf 2020 alle functies van het bestaande volume overneemt. In eerste instantie biedt De Bekelaar 2.0 plaats aan negentig bewoners, maar in een tweede fase zal de capaciteit zelfs oplopen tot honderdtwintig bewoners. Bovendien bevinden zich op het gelijkvloers een kapsalon, een cafetaria, een grootkeuken, kineruimtes, polyvalente zalen en enkele logistieke functies en kantoren. 

In 2007 opende woonzorgcentrum ‘De Bekelaar’ zijn deuren in het voormalige ziekenhuisgebouw aan de Kliniekstraat in Lommel. Al snel groeide het uit tot een complex met 75 wooneenheden en drie plaatsen voor kortverblijf, maar al even snel werd duidelijk dat er nood was aan een nieuw woonzorgcentrum dat kon voldoen aan de huidige en toekomstige behoeften van senioren. M4 architecten en ingenieurs ontwierp een gebouw dat op het gelijkvloers een heel aantal algemene functies groepeert. De eerste en tweede verdieping herbergen drie vleugels van telkens vijftien kamers.

De gevelsteen is verwerkt met in de massa gekleurde doorstrijkmortel.

 

Traditionele opbouw

Het was Cordeel dat het architecturale concept op deskundige wijze naar de praktijk vertaalde. “Het nieuwe woonzorgcentrum heeft een traditionele opbouw”, vertelt projectmanager Rudi Bloemen. “Het binnenspouwblad en de dragende muren zijn uitgevoerd in gemetselde betonblokken. De vloeren bestaan uit voorgespannen welfsels en breedvloerplaten, en de dakstructuur uit een combinatie van lichtgewicht hellingsbeton en EPS-isolatieplaten, afgewerkt met roofing. De gevelsteen is verwerkt met in de massa gekleurde doorstrijkmortel en het buitenschrijnwerk is uitgevoerd in aluminium. De vloeren van de kamers en de gangen zijn bekleed met pvc, terwijl de vloeren van de kantoren en de keuken uit keramische tegels (60*60) bestaan.”

“Bouwkundig gezien was het vrij standaard, al vormde het centrale gedeelte wel een moeilijkheid”, aldus projectmanager Rudi Bloemen.

 

De wanden van de sanitaire cellen in de kamers zijn aan de buitenzijde uitgevoerd in HPL op multiplex, en aan de binnenzijde in volkern. Om extra ruimte te winnen, is de dubbele schuifdeur geïntegreerd in de wand en zijn de Sanblocks in de badkamers verwerkt in de metselwerkmuren en vervolgens brandwerend afgewerkt. “Bouwkundig gezien was het vrij standaard, al vormde het centrale gedeelte wel een moeilijkheid. De combinatie van acht schuine ronde kolommen en ingebetonneerde stalen profielen vroeg extra aandacht.”  

De eerste en tweede verdieping herbergen drie vleugels van telkens vijftien kamers.

 

Technische optimalisaties

Het gebouw wordt verwarmd via gascondensatieketels, die klassieke radiatoren aansturen. Een ventilatiesysteem C (in de kamers) en een ventilatiesysteem D (in de personeelsruimtes) dragen eveneens bij tot het binnencomfort. In de polyvalente zaal en enkele zitruimtes is eveneens koeling voorzien. “Als de koel-installatie gedurende de zomer werkzaam is, laten we de afgevoerde warmte niet zomaar verloren gaan, maar recupereren we ze voor de voorverwarming van het sanitair warm water. Aangezien het dossier al is opgestart in 2013, kunnen we dit systeem gerust behoorlijk vooruitstrevend noemen”, zegt Wim Dieltjens, projectmanager bij studiebureau boydens engineering.

De lichte gevelsteen en het parelmoergouden schrijnwerk passen wonderwel bij elkaar.

 

“Het sanitair warm water is overigens een belangrijk gegeven in woonzorgcentra. Het is cruciaal dat de bewoners meteen over warm water kunnen beschikken, maar de keerzijde van de medaille is wel dat het warmwater-circuit voortdurend gevoed moet worden. Dit zorgt voor opwarming van het gebouw, wat in de zomer minder opportuun is. Vandaar dat we het water niet verwarmen tot 60 à 65 °C, maar slechts tot 45 °C. Bijgevolg gaan we legionellabesmetting tegen via chemische desinfectie. Dit levert een win-winsituatie op: minder warmteverlies gedurende de winter en minder opwarming gedurende de zomer, in combinatie met een lagere energie-factuur. De Bekelaar is een gebouw dat qua maintenance zeer eenvoudig is. Het is in feite een groot huis. Alles is uiteraard wat ruimer gedimensioneerd, maar de onderhoudsnood is even minimaal. Het spreekt voor zich dat de bouwheer dit sterk op prijs stelt.”   

Dilbeek, WZC Maria Assumpta | Hedendaagse huisvesting voor Maria Assumpta

ju19141-0095-2_1-kopieren
Lees het gehele artikel

Begin oktober verhuisden de laatste bewoners van het oude woonzorgcentrum Maria Assumpta in Dilbeek naar een nieuw gebouw, een honderdtal meter verwijderd van hun oude stek, maar in hetzelfde landschappelijk waardevolle kasteelpark. Voor de verhuis zette zorgverlener Vulpia golfkarretjes in.

Het kasteel met park werd in 1946 onder verschillende eigenaars verdeeld. Een deel ervan werd verkaveld voor nieuwe woningen, terwijl er in het centrale deel twee gebouwen voor seniorenzorg tot stand kwamen: Fatima en Sint-Jozef. Daar staat ook het oude kasteel Moeremans.

Houten latwerk en witbepleisterde zones wisselen elkaar af.

 

Landschappelijke waarde gevrijwaard

Door het jarenlange gebruik en de hedendaagse zorg- en comfortnormen raakten de bestaande woonzorggebouwen verouderd. Er was nood aan iets nieuws. “Dat was ons vertrekpunt”, zegt architect Arwin Goharani (Laurijssens Architecten). “We moesten de authenticiteit en de historische achtergrond van het park respecteren en mochten alleen op de bestaande woonzorgzones bouwen. Daarom hebben we eerst de gebouwen van Sint-Jozef afgebroken. Zo ontstond de nodige vrije ruimte voor de bouw van het woonzorgcentrum aan de rand van het park. Tegelijk bleven de natuurlijke en landschappelijke waarden van het parkgebied gevrijwaard. Het zal een sociale rol blijven vervullen, niet alleen voor de bewoners van het woonzorgcentrum, maar ook voor de omwonenden. Het zal dan publiek toegankelijk zijn, met een polyvalente ruimte in het kasteel als focuspunt.”

In het nieuwe woonzorgcentrum heerst een warme hotelsfeer.

 

Na voltooiing van het woonzorgcentrum konden de residenten van Fatima verhuizen. Hun oude gebouw wordt nu gesloopt. Het wordt vervangen door een nieuwbouw met 24 assistentiewoningen en een ondergrondse parking voor evenveel wagens. Op de hele site zijn ook 23 bovengrondse parkeerplaatsen voorzien, die weggewerkt zijn in het groen volgens een plan van landschapsarchitect Avantgarden.

Een jaar

“We werken al jaren regelmatig samen met architectenkantoor Laurijssens en trokken voor Vulpia al verschillende andere woonzorgcentra op”, vertelt Joachim De Bock, afgevaardigd bestuurder van hoofdaannemer Juri. “We hebben dan ook weinig woorden nodig om elkaar te begrijpen, wat heel wat tijdwinst opleverde. Bovendien konden we al samenzitten om de plannen te optimaliseren zodra zeker was dat het bouwproject kon doorgaan. Zo konden we verschillende bouwfases ‘in elkaar schuiven’, nog meer tijd besparen en ons motto waarmaken: ‘wij bouwen uw rusthuis in één jaar.'”

Het uitzicht en de lichtinval waren belangrijke aandachtspunten.

 

Het gebruik van muren in silicaatsteen en predallen voor de draagstructuur en gipskarton voor de binnenwanden droeg eveneens bij tot het snelle bouwtempo. “In een mum van tijd bereikten we het dakniveau, zodat we de waterdichting konden aanbrengen en de binnenafwerking van start kon gaan.”

Centraal thema

“Het begrip ‘centraal’ was de rode draad bij de realisatie van de nieuwbouw”, verklaart Helga Van Werde, woordvoerster van zorgverlener Vulpia. “Dit uit zich onder meer in de centrale ligging van de inkomzone
en die van de dagzalen. Het impliceert ook dat we van twee naar één gebouw overschakelden.”

Het gebouw heeft een open karakter. “Dat is goed voor de oriëntatie. Wanneer je door de gangen wandelt, word je naar het licht getrokken, dat binnenvalt door de grote raampartijen aan de uiteinden van de gangen. Ruime terrassen in de dagzalen en zithoeken bieden diverse zichten op de parkomgeving. De ontwerpers vertrokken echt vanuit de specificiteit van de omgeving. Getuige daarvan de horizontale lijnvoering van het gebouw. Deze lijnen geven het geheel een abstracter en paviljoenachtig voorkomen, waardoor het park en het kasteel sterker tot hun recht komen. De focus ligt in eerste instantie echt op het kasteel, als centraal ankerpunt van het hele architecturale concept.”  

Warme materialen maken de sfeer erg huiselijk.

 

Warme sfeer

Het uitgangspunt van het interieur, dat eveneens werd uitgewerkt door Laurijssens Architecten, was het scheppen van een warme hotelsfeer – anders dan in een standaard zorggebouw. Deze sfeer komt tot uiting in het volledige interieur. “Dat is samengesteld uit donkerhouten elementen met subtiele gouden accenten, in de juiste sfeerverlichting. Ook de meubels, de aan-kleding en zelfs de schilderijen zijn vanuit die optiek gekozen”, verklaart Goharani. “De beleving begint met ontvangst in een lobby, waar bij de haard rustig een krantje gelezen kan worden, en de aanwezigheid van een grand café met een fraai patioterras, een fitnessruimte, een kapsalon en pedicureruimte. Het gebouw kan met recht en reden een ‘zorghotel’ genoemd worden.”

Het nieuwe woonzorgcentrum heeft een totale vloeroppervlakte van 8.160 vierkante meter en is goed voor een capaciteit van 129 bedden. De eigen groot-keuken kan 160 couverts aan. De toegangen zijn drempelloos. Dit geldt ook voor de toegangen tot de terrassen en de nog op te trekken assistentiewoningen.

Hout en pleisterwerk

Bij de buitenafwerking is heel wat hout gebruikt, afgewisseld met horizontale banen wit pleisterwerk. “Dit maakt het gebouw licht en sober en geeft het tegelijk een aangename uitstraling. Warme materialen, zoals hout, creëren het huiselijke gevoel waarnaar we streven.” De begane grond heeft een andere ritmiek en materialisering, met donkere Eternit-platen. “Ook dat is een doel-bewuste keuze. Het bezorgt de constructie een plint, waardoor ze minder hoog aanvoelt. Bovendien is het gebouw zo ook beter bestand tegen vervuiling”, aldus Van Werde.

“Terrassen op elke kop van het woonzorgcentrum geven het geheel een luchtig karakter en benadrukken het zwevende aspect van de witte banen”, vult Goharani aan. “De zorgfuncties zijn gekoppeld en geconcentreerd, zodat andere voorzieningen zoals ontsluiting en parkeren gemeenschappelijk kunnen en de vroegere ruimtelijke versnippering binnen het parkgebied verdwenen is.”